Boem, klap, weg

 

Het is, twee dagen nadat ik het nieuws van Pims dood hoorde, nog steeds niet te bevatten. Die verschrikkelijk aardige, op allerlei gebied zo ontzettend talentvolle man, met wie ik zo lang muzikaal en persoonlijk lief en leed heb gedeeld, is weg. Nog geen anderhalve dag na ons laatste optreden samen in Drachten met Kayak. Na weer een spetterend concert, waar niets maar dan ook niets deed vermoeden dat dit de laatste keer zou zijn.

 

Pim en ik woonden als jongens van 13, 14, bij elkaar in de buurt, in Hilversum-Noord. 43 jaar geleden kwam ik hem voor het eerst tegen op de Omroepvolleybalclub. Onze vaders werkten allebei bij de omroep, de zijne als slagwerker, de mijne als journalist, dus vandaar dat we bij één van de sportclubs van de omroep waren terechtgekomen. Zoals we later regelmatig lacherig zouden zeggen: volleybal is geen handige sport voor aankomende muzikanten, die het per slot van rekening toch van hun vingers moeten hebben.

 

In het gymzaaltje stond een piano, zodat we al gauw in de gaten kregen dat we een gezamenlijke passie hadden: muziek. We begonnen in 1968 met ons eerste bandje en noemden het Balderdash. Begin jaren zeventig werden we, met een half of volledig mislukte middelbare schoolcarrière achter de rug, allebei aangenomen op het Hilversums Muzieklyceum. Daar werd de basis van Kayak gelegd.

 

De rest is redelijk goed gedocumenteerde geschiedenis. Pim verliet Kayak in 1976, we hielden contact, maar op muzikaal gebied gingen we elk onze eigen weg.

 

Zijn kwaliteiten als producer, zijn oren van zuiver goud en zijn liefde en niet-aflatende enthousiasme voor alles waar hij mee bezig was, moesten wel leiden tot grote successen. En dat gebeurde dan ook, jaloersmakend vaak.

Pim hield van het leven als geen ander. Eten, drinken, muziek, gezelligheid: het was altijd intens. Als er iets is wat Pim goed kon (en hij kon veel), dan was het wel genieten. Ik zie hem nog staan, bij de aanvang van de laatste tour in Franeker, achter minister Rouvoet, die het eerste concert aankondigde. Alsof hij hoogstpersoonlijk een lintje kreeg uitgereikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevoel voor humor had-ie ook. Onze dochter Emma had op dat punt een speciale relatie met hem, die voor buitenstaanders weleens onbegrijpelijk grof overkwam, maar die op niets anders was gebaseerd dan op respect en hetzelfde gevoel voor humor. Als Pim belde en Emma nam op, gooide zij, na het horen van: ‘Met Pim’, zonder iets te zeggen meteen de hoorn op de haak. Pim kwam dan aan de andere kant van de lijn niet meer bij van het lachen. Bij een naderende verjaardag liet ze Pim weten dat ze het ‘heel erg fijn zou vinden als je NIET kwam’. Pim weer in een deuk, en hij kwam natuurlijk toch. Daarbij nam hij als geschenk een grote bos brandnetels mee die hij uit zijn tuin had gehaald. Die brandnetels zette Emma weer keurig in een vaas.

 

Ook onze golden retriever Milan kreeg altijd een speciale behandeling. Pim kwam nooit langs zonder wat hondenkluifjes mee te nemen, dus het mag geen verbazing wekken dat ‘het gewoefte’, zoals Pim onze hond noemde, hem bij ieder bezoek uitzinnig van vreugde begroette. Als-ie ze eens vergeten had, verontschuldigde Pim zich altijd duizend maal tegenover haar. En zelfs in de studio was Milan gewoonlijk aan zijn voeten te vinden, ook tijdens de opnames van de drums. Een opmerkelijk staaltje hondentrouw, want iedereen weet dat Pim bepaald niet de gewoonte had om zachtjes te spelen. Johan Kluif, werd Pim hier wel eens genoemd.

 

Pim gaf inderdaad veel, letterlijk en figuurlijk. Als ik de reacties in het gastenboek bekijk, lees ik ongeveer om de drie berichten dat iemand drumstokken had gekregen van Pim na een concert. Waar haalde hij ze vandaan? Hij moet een schuur vol hebben gehad thuis, denk ik.

 

Nog even terug naar de historie. Incidenteel vonden we elkaar weer in een project, maar het vuur begon toch echt pas weer te branden toen we in het midden van de jaren negentig voorzichtig begonnen te denken aan de herstart van Kayak.

 

In 1999 was het zover: het hernieuwde Kayak bracht een uitbarsting van creativiteit van ons beiden, waar ik nu al met verbijstering op terugkijk. Het nieuwe vuur brandde tien jaar lang, en ondanks moeilijke periodes en tegenslagen kwam de band er toch iedere keer weer uit: we moesten en we zouden de muziek maken die uit ons hart kwam en lieten ons niet uit het veld slaan door kritiek, en onverschilligheid vanuit de media, waar we als band zo vaak mee te maken kregen.

 

En ineens was het afgelopen. Letterlijk: boem, klap, weg. De man, die altijd zo gedreven kabaal maakte vlak naast me op het podium, is ineens oorverdovend stil. Er is een afgrijselijke leegte gekomen op de plek van mijn muzikale vriend en klankbord.

 

Er past mij niets anders dan een diepe, diepe buiging voor je, Pim. Voor wie je was, wat je kon, en voor wat je voor me betekende. Ik zei het niet altijd, maar je wist het wel. We hadden aan een blik genoeg om te begrijpen wat we bedoelden. Je dood heeft een gapende wond achtergelaten, en het gaat heel lang duren voordat die is genezen.

 

Ton