De kop is er af

 

Het nieuwe album is uit, de eerste twee concerten zijn gegeven, kortom: de kop is eraf.

 

Hoe lang je ook meegaat in dit vak (in ons geval dus zo’n 35 jaar, de oefenjaren even niet meegerekend), het blijven spannende en vaak slopende tijden. Dat we inmiddels een aardige ervaring hebben opgebouwd, doet op die momenten eigenlijk nauwelijks terzake. Bovendien hebben wij als band steeds meer te maken met het probleem dat alle leden ook nog (en eerlijk gezegd: vooral) andere dingen doen, om de bakker en de slager van te betalen, zal ik maar zeggen. De voorbereidingstijd is dus eigenlijk minimaal, en de fans die ons al wat langer volgen, weten het al een tijdje: de eerste concerten zijn in feite veredelde openbare repetities – althans, voor ons eigen gevoel.

 

En we maken het onszelf, zoals gewoonlijk, ook weer niet eenvoudig. Ter herinnering: in 2000 was er dus een nieuw album, net als in 2001. Veel nieuwe nummers, en ook het oude materiaal was al een tijdje (een jaar of twintig) niet meer gespeeld, dus dat was oefenen. En als je niet veel meer dan 30 shows per jaar doet, bestaat het gevaar dat de repetitietijd langer in beslag gaat nemen dan de concerten zelf.

 

In 2003 kwamen we met de rockopera ‘Merlin, Bard of the Unseen’. Dat was 70 minuten nieuw werk, waar ook nog eens een heel orkest en video synchroon moesten meedoen, met alle technische valkuilen vandien. In 2005 zelfs een totaal nieuw repertoire: ‘Nostradamus – The Fate of Man’. Een dubbel-CD, weet u nog? Dat moest ook weer synchroon met koor en onspeelbare instrumenten (zoals bekend heb ook ik slechts twee handen). Tijdens die concerttour werd er zelfs geen enkel oud nummer gespeeld, niet eens ‘Ruthless Queen’.

 

Toen volgde Kayakoustic, in 2006. Het hele repertoire werd maar weer eens omgegooid, met slechts twee liedjes uit de vorige rockopera, en een hele rits nummers die we nog nooit hadden gedaan, en al helemaal niet op de semiakoustische manier waarop die in deze tour ten gehore werden gebracht. En dan nu, 2008, weer een nieuw album, waarvan we maar liefst negen nummers spelen. Tevens zitten er in het repertoire ook weer een stuk of vier, vijf oude nummers die nooit of zelden het podium haalden, oftewel: de hele setlist was op wat standaardstukken na weer compleet veranderd. Het is tekenend voor onze situatie, dat bassist Jan van Olffen pas na anderhalf jaar de eerste noten van ‘Ruthless Queen’ speelde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het mag duidelijk zijn: je zou je er wat makkelijker vanaf kunnen maken. Bovendien vragen daarmee wij ook nogal wat van onze fans. Nu weten die inmiddels wel dat ze bij ons nergens zeker van kunnen zijn, dus ze zijn wel een beetje voorbereid. Wie doen er dit jaar weer mee, luidt de telkens terugkerende vraag. De bezettingen zijn sinds onze herstart eind 1999 inderdaad weer flink door elkaar geschud. Vergelijk de line-up van ‘Close to the Fire’ maar eens met de huidige. Ik ben dan ook erg blij dat we inmiddels voor het derde jaar(!) dezelfde basisbezetting hebben (bijna een unicum in onze historie).

 

We gaan zien wat het komende half jaar ons zal brengen. We zouden er niets op tegen hebben weer eens een wat breder publiek aan te spreken – met behoud van onze onvermijdelijke identiteit (maar zouden we er al van af willen, die blijft toch wel). Een beetje weg uit de marge dus, waar we de laatste jaren ondanks een (zeker gezien de vrijwel ontbrekende steun van radio en of tv) redelijke publieke belangstelling en een flink aantal ons vrolijk achtervolgende fans in terecht lijken te zijn gekomen. Een marge, die op gespannen voet verkeert met de eisen die het werken als professionele band aan je stelt, en waarvoor je keer op keer een beroep moet doen op mensen die iets meer willen doen dan datgene waarvoor ze betaald worden.

 

Dit gezegd hebbende, de eerste tekenen zijn bemoedigend. Maar je weet dat je als muzikant nu eenmaal blootstaat aan kritiek, en die zal ongetwijfeld komen. ‘Kayak tapt uit hetzelfde vaatje.’ ‘Rollatorrock.’ ‘De eerste elpee was toch de beste.’ Ik kan ze al dromen. Maar: ‘Opinions are like assholes’, zei een collega ooit, ‘everyone’s got one.’ Het hoort er nu eenmaal bij. Hadden we maar een vak moeten leren. 

 

Ton