De muzikant en zijn instrument

 

Prachtig, de blik in de ogen van een kindje in een snoepwinkel. Zich geen raad wetend met de rijkdom, geconfronteerd met de overvloed niks kunnen kiezen. De hemel binnen handbereik, en dan niet weten wat je wilt...

 

Vergelijk het eens met de blik in de ogen van een muzikant die in een muziekwinkel een mooi instrument ziet. Even uitproberen...

Hij heeft zelf nog niet door dat-ie ’m zo gaat kopen. 
De verkoper wel.

 

Voor de meeste muzikanten zijn hun instrumenten heilig. Soms is er sprake van een heuse liefdesrelatie, wat niet zo gek is als je bedenkt dat er vaak tientallen jaren op hetzelfde instrument gespeeld wordt. Met name in het begin van een carrière wordt het kleinood natuurlijk zeer zorgvuldig gekozen, en niet zelden ‘vergroeit’ iemand daarmee. Soms is de relatie van een artiest en zijn instrument levenslang, en wordt deze alleen verstoord door een ramp, zoals diefstal, gedwongen verkoop of een ongeluk.

 

Maar hoe gelukkig zo’n huwelijk ook lijkt, na een tijdje gaat het toch vaak kriebelen en wordt er op zoek gegaan naar... ja, naar wat? Meer, anders...? Eerst heet het dat er een ‘reserve-exemplaar’ moet komen; daarna is de beer meestal los.

Met name gitaristen hebben een reputatie op dit gebied: iedereen heeft toch weleens foto’s gezien van een willekeurige bekende gitarist, temidden van zijn ‘eerste twintig gitaren’?

 

Het is ergens wel te begrijpen, een gitaar koop je zo gemakkelijk. Het is nu eenmaal een sexy instrument: vaak een lust voor het oog, en er is een enorme verscheidenheid aan soorten, types en modellen. Iedere gitaar voelt anders aan, en er klinkt er niet één hetzelfde.

 

Drums zijn iets minder onderhevig aan impulsief aankoopgedrag. ‘U hoeft ’m niet in te pakken, ik neem ’m zo wel mee’ is er niet bij. Een beetje fors drumstel past niet eens in een standaard personenauto als dat vervoermiddel zich niet gemakkelijk laat ombouwen tot gemotoriseerde laadvloer.

 

O ja, ik ken ze nog als mijn broekzak, alle drumstellen die ik ooit gehad heb. Eigenlijk valt het aantal nog wel mee, de teller staat sinds kort op acht.

 

Ik heb nog steeds dat nauwelijks te beschrijven gelukzalige gevoel, iedere keer weer, na een nieuwe aankoop. Een nieuw drumstel betekende vroeger dat het oude zonder meer de deur uit ging. Wat nou ‘reserve’, daar dacht je toch niet aan?

Ik zal er een paar drumstellen uitlichten.

 

Oudere Kayakfans zullen zich waarschijnlijk de zilverkleurige set herinneren waarop ik gedurende de gehele eerste periode van Kayak heb gespeeld (en vanaf 1978 ook nog bij Diesel). Dat was het derde drumstel dat ik ooit bezat, van het merk Hayman. Ik kocht het vlak na de opnames van ‘See see the Sun’. Zo trots als een aap, en zielsgelukkig was ik. Het eerste drumstel dat ik niet had gekocht omdat het zo lekker goedkoop was, maar een bewuste, puur op klank gerichte keus.

 

Een opvallend goed (en snoeihard) klinkend drumstel, maar qua hardware een ramp. Langzaam inzakkende standaards tijdens concerten waren eerder regel dan uitzondering. Strak aandraaien van de vleugelmoeren haalde niets uit, daar braken ze alleen maar van af. Brits fabrikaat, hetgeen inhield dat alle maten (schroefdraad, spanners, stemsleutels) afwijkend waren, waardoor het vinden van vervangend materiaal een kansloze missie was. Zelfs nieuwe vellen (internationale standaardmaten) bleken niet altijd te passen.

 

Klachten hierover werden door de fabrikant op gepaste, Britse wijze (dat wil zeggen: met de flexibiliteit van een eikenhouten kerkdeur) afgehandeld, zodat Hayman – ondanks een bliksemstart waar ieder bedrijf alleen maar van kan dromen – betrekkelijk snel weer van het toneel verdwenen was. Ik was blijkbaar niet de enige met deze problemen.

Diesels album ‘Watts in a Tank’ heb ik er nog grotendeels op gespeeld, maar voor podiumgebruik bleek mijn Zilveren Vriend inmiddels te gammel, en ik heb er met bloedend hart afscheid van moeten nemen.

 

Kayaks herstart in 2000 was een prima gelegenheid om mezelf weer eens te verwennen.

 

Hoewel, verwennen? Geen luxe, bittere noodzaak! Ik hád niet eens een compleet drumstel, aangezien ik in 1988 mijn stokken had teruggegeven aan de wilgen.

 

Na een ‘prettige afspraak’ met de importeur van Tama-drums en Zildjian-cymbals kwam ik te spelen op het model Starclassic, het vlaggenschip van Tama. Dat gebeurde op hun advies, ik had na twaalf jaar niet-spelen geen idee wat er zoal op de markt was.

 

Dit was het donkerblauwe (berkenhouten) drumstel waar iedereen me vanaf mei 2000 tot mei 2008 mee heeft kunnen zien. Afgezien van een kleinere set – ook een Starclassic, groen, die ik speciaal voor “Kayakoustic” had aangeschaft  – heb ik op vrijwel niets anders meer gespeeld dan dat blauwe monster, het beste drumstel waar ik ooit achter had gezeten.

Deze keer heeft dat gelukzalige gevoel dus jaren kunnen voortduren; iedere tour was het weer een feest om erop te spelen.

 

Ik was dan ook stomverbaasd dat ik van geen van de fans enig commentaar heb gekregen na de laatste vijf concerten van de Anniversary Tour. Een paar jaar geleden kreeg ik tijdens het signeren na afloop al vragen en opmerkingen als er bij wijze van spreken een ander viltje op een bekkenstandaard zat, maar nu er na achteneenhalf jaar niet het vertrouwde donkerblauwe maar een gloednieuw, blinkend wit drumstel stond: geen wóórd! Rare jongens...

 

Ik zal proberen uit te leggen waarom er toch – terwijl ik zo tevreden was – een ander drumstel kwam: juist omdat ik die blauwe Starclassic zo geweldig vond, had ik jaren geleden al eens overwogen om een clone aan te schaffen, want ook een goed drumstel is ooit een keer op. Dat was er nooit van gekomen, maar het plan voor de live DVD in Paradiso (het oog wil ook wat) verschafte me natuurlijk het perfecte alibi om die wens door te drukken.

Dus toen kwam die clone er alsnog.

 

Nou ja, clone.... Afgezien van een andere houtsoort (bubinga) dan. En de maat van één van de toms. En de kleur.

Wat dat laatste betreft is deze set uniek: officieel ‘White Pearl’ genaamd, maar hij wordt van fabriekswege alleen geleverd met een ‘Diamond Inlay’, een soort goudkleurige glitterende ring rond de ketel. Doodzonde vond ik dat, maar gelukkig kon fabrikant Tama bereid gevonden worden voor mij een speciale set te maken zonder die lelijke ring.

Geinig idee, dat er waarschijnlijk maar één zo’n set op de wereld is.

 

Na 10 september 2008, toen ik – na bijna vijf maanden wachten – bericht kreeg dat mijn bestelling uit Japan was aangekomen, ben ik wekenlang weer dat kind in de snoepwinkel geweest.

 

Ik kon mijn geluk niet op, want – eerlijk is eerlijk – de witte overtreft mijn geliefde blauwe nog, hoewel ik dat eerder voor onmogelijk had gehouden. Qua klankkarakter zijn ze weliswaar vergelijkbaar met elkaar, maar de nieuwe klinkt, tja.... nóg directer.

 

Op de DVD was-ie al te bewonderen, en op het nieuwe album heb ik alles op de nieuwe kit gespeeld.

Voor ik me ga verliezen in termen die alleen collega-drummers begrijpen, zet ik er nu een punt achter. Ik zou letterlijk tientallen pagina’s kunnen vullen...

 

Een mooi instrument betekent nu eenmaal alles voor een muzikant.

 

Pim

 

 

PS. Voor de kenners en fijnproevers hierbij de complete lijst.

 

Merk/Type

Kleur

Periode

Star

Gevlamd goud/brons

1968-1970

Sonor “Swinger”

Blauw parelmoer

1970-1973

Hayman

Zilver

1973-1980

Tama

Naturel hout

1980-1984

Tama “Superstar”

Rood

1984-1988

Tama “Starclassic”

Blauw

2000-2009

Tama “Starclassic”

Groen

2006-

Tama “Starclassic”

Wit