Fans

 

Je hebt fans, en je hebt fans. Je kunt ook geen fans hebben, maar dat is weer een heel ander verhaal. Ik wil het deze keer hebben over de verschillende soorten liefhebbers, die zich met hart en ziel op hun favoriete artiest – of in ons geval: band – storten, daar een flink deel van hun inkomen aan spenderen, of bereid zijn om naar de verste uithoeken van het land (of daarbuiten) af te reizen en nog veel meer doen om hun ‘idolen’ (ahum) te kunnen zien spelen. Of over fans die vinden dat de band er juist voor hen is, in plaats van omgekeerd.

 

Het moet gezegd worden: meestal is het vleiend, en prettig, zo niet noodzakelijk voor de ego’s van artiesten, om te merken dat er een groep mensen bestaat, die je muziek waarderen. Soms gaat dat waarderen echter veel verder dan wij ons zelf kunnen voorstellen. Zo kan ik mij persoonlijk niet in een situatie verplaatsen waarbij ik ongeveer elk optreden van een bepaalde band zou willen zien. Maar dat moet iedereen natuurlijk zelf weten. Anderen kunnen misschien niet begrijpen hoe wij onszelf rustig een week in volstrekte eenzaamheid kunnen opsluiten omdat we een liedje willen maken. Soms gaat het fan-zijn zelfs zover, dat de artiest de indruk krijgt dat hij er louter is om zijn fans te plezieren, en dat hij hen dankbaar moet zijn. Echt, het bestaat. Nu zijn wij toevallig in de gelukkige omstandigheid dat onze meest trouwe fans zich absoluut niet opdringen, en niets eisen van de groep, maar die Kayak juist graag behulpzaam zijn als dat gevraagd wordt, en met rust laten als dat nodig is. Kortom: zo ongeveer het enige dat ideaal is rondom Kayak, zijn de fans! Dat is wel eens anders geweest. Ik ken ook verhalen van collega’s die bijna ten onder gingen aan hun bewonderaars.

 

Zo kan ik me nog een situatie herinneren waarbij een voorzitster van onze fanclub (we hebben het over de jaren zeventig hoor, Margreet) betrokken was. Zij bevond zich regelmatig ongevraagd rond en zelfs in de kleedkamer, ook voor het optreden, waarbij ze niet schroomde de setlist uitgebreid te bekritiseren (“Hé, nee hè, niet weer Alibi”). Op een gegeven moment wilde ze zich even verkleden, waarop ze Pim dringend verzocht de kleedkamer te verlaten zodat zij onbespied een nieuw truitje kon aantrekken. Dat ging zelfs ons te ver, waarop wij natuurlijk ‘arrogante klootzakken’ werden en zij stante pede het voorzitterschap neerlegde. Hetgeen niemand overigens erg speet.

 

Een andere voorzitster vond het op zeker moment zo vreemd dat ook zij nog voor de optredens moest betalen, dat ze net als haar voorgangster het bijltje erbij neerlegde. Niemand die vroeg of ze wilde komen, maar dat leek haar gewoon niet meer dan logisch. Ons niet. Dit zijn natuurlijk op zich onschuldige voorbeeldjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een gitarist in wiens band ik nog enige tijd heb mogen spelen, had het zwaarder. Hij werd op zijn zachtst gezegd gestalkt door een bewonderaarster, die absoluut van mening was dat zij voor hem de enige was. Ze hing tientallen keren per dag aan de telefoon (een geheim nummer was na twee dagen alweer ontdekt), en wachtte hem ’s nachts ongevraagd op als hij thuiskwam van een optreden, en ga zo maar door. Zij beheerste ongeveer zijn hele leven. Op een zondagochtend ging ik naar hem toe om te gaan repeteren, en bij aankomst zag ik een politiebusje staan. Het bleek dat de dame in kwestie op haar fiets vanuit een psychiatrisch centrum dertig kilometer verderop was komen aanrijden om hem van haar ongewenste gezelschap te voorzien, waarop mijn collega zo in woede was ontstoken, dat hij haar met fiets en al in de zijn huis omringende sloot had gekieperd en, voor de zoveelste maal, de politie had gebeld. Met het kroos nog in het haar riep ze, terwijl ze druipend aan wal kroop: “Zie je wel dat je van me houdt?”

 

Ook heb ik ooit nog in een band gespeeld,waarvan de leadzangeres de laatste jaren regelmatig als jurylid in een televisie-‘talenten’-jacht optreedt. Daar stond iedere show dezelfde man, op een meter afstand voor het podium, volledig gefixeerd alleen maar naar haar te staren, met als enige onderbreking het af en toe optillen van het om zijn nek hangende fototoestel, waarmee dan de zoveelste foto werd geknipt. Ik vond het heel knap dat ze hem zo volslagen wist te negeren, maar leuk kon dat zingen op die manier toch niet geweest zijn. Het feit dat hij op een gegeven moment zelfs geroyeerd werd door de eigen fanclub, geeft wel aan dat de man toch niet erg lekker in zijn vel moet hebben gezeten.

 

Achteraf allemaal erg grappig natuurlijk. Wat ik persoonlijk jammer, hoewel begrijpelijk, vind, is dat bepaalde fans zich zo identificeren met jou en je muziek zoals ze die hebben leren kennen, dat ze iedere verandering die plaatsvindt, ervaren als een aantasting van hun eigen ideaal, en dan ook precies menen te weten hoe de band zou moeten klinken. Of sterker nog, zelfs wie er zouden moeten meespelen. Onvermijdelijk, maar wel jammer. Een treffend voorbeeld hiervan gebeurde kort na een recent optreden op een festival in Alphen aan de Rijn. We verlieten net het podium, waarop we ons tussen de superacts Floortje en een rapper wiens naam ik al niet meer weet, muzikaal staande moesten zien te houden, toen ik aan mijn jasje werd getrokken door een ‘fan’, die mij, nog geen tien seconden na de laatste tonen van ons slotnummer (het applaus klonk nog), liet weten ‘uiterst teleurgesteld’ te zijn door wat hij zojuist had gehoord en gezien.

 

Ik vond het al opmerkelijk dat hij nog eerder achter het podium had weten te komen dan wij, en toch een afgewogen oordeel over onze prestatie wist te vellen, maar goed. Hij vond zijn mening kennelijk zo belangrijk, dat hij ons – wij zweetten nog na van het spelen – daar op dat moment pertinent mee wenste lastig te vallen. De groep, die ik vroeger ‘om me heen had’, zo meldde hij, was toch ‘veel beter’, en dat wist ik ‘zelf ook wel’. Ik wist dat niet. Ik dacht juist dat we de beste bezetting ooit op de been hadden gebracht, die tegen alle stromen in probeerde door te varen.

 

Dit was geen Kayak meer, aldus de man, en hij leek bijna persoonlijk beledigd. Ik vergat helaas ad rem te doen, en te vragen of hij dan nog wel steeds bij dezelfde vrouw was, in hetzelfde huis woonde en nog steeds dezelfde kleren droeg als 35 jaar geleden, maar ik kon nog wel uitbrengen dat ik hem in ieder geval ook een stuk minder leuk vond dan vroeger (ik kende hem natuurlijk niet). Dat werd niet geheel begrepen, geloof ik, want ik kon dus ‘gewoon niet tegen kritiek’. Ja hoor. Als dat zo was geweest, was Kayak er in 1974 al mee opgehouden.

 

Kortom, je hebt ze in soorten en maten, fans. Gelukkig maar.

 

Ton