KOFFIEDIK

 

Mei 2020

 

(Korte inhoud van het voorafgaande: hier.)

Het was even doorbijten, maar inmiddels kan ik melden dat ik langzamerhand weer vaste grond onder mijn voeten begin te voelen en dat de zin echt terug is om verder te gaan waar ik was gebleven- waarheen die tocht ook mag leiden. Want één ding weet ik wel in deze tijd: we weten niets zeker en zelfs dat niet (vrij naar Socrates, meen ik) . 

 

Als het aan mij ligt, zijn we op weg naar een nieuw Kayak album: de opvolger van ‘Seventeen’, dat al weer ruim twee jaar terug het levenslicht zag. Het lijkt een eeuwigheid geleden, zoveel is er in de tussentijd gebeurd. Het album deed het hoopgevend goed, en belandde zelfs in de Nederlandse album top tien. De vorige keer dat ons dat overkwam was exact 39 jaar geleden (ik heb het er even op nageslagen: ‘Merlin’, mei 1981). Een nieuwe drummer ging, een oude kwam terug. De spirit bleef. We deden tours waarin we behalve in Nederland ook op podia in Engeland, Zweden, Noorwegen, Duitsland en België stonden. Ook dat was al weer even geleden, en wat Scandinavië betreft zelfs nog nooit eerder gebeurd. We brachten onlangs een lovend ontvangen live album uit. En InsideOut Music, onze platenmaatschappij, wil graag een volgend studio album. 

 

Sinds een paar weken ben ik dus weer driftig aan de slag. Studio’tje opgeruimd en keyboards aangesloten. Ik heb het in oktober feitelijk reeds klaar liggende nieuwe materiaal opgepoetst en daarna zelfs nog wat verse stukken geschreven, hetgeen de totale hoeveelheid muziek, die op de nominatie staat voor een Kayak album, nu op zo’n vijf kwartier brengt. Omdat een dubbel CD uitbrengen misschien wat overmoedig is, zullen we dus wat darlings moeten killen- voorlopig dan. Geen nood: materiaal wat goed is, komt meestal wel weer ergens bovendrijven. 

 

We hebben met InsideOut Music een voorlopige streefdatum voor de release afgesproken, maar dat schrijven we alleen met potlood in de agenda omdat het erg afhankelijk is van de vorderingen de komende maanden. We weten tenslotte ook niet hoe het zal gaan met dat corona-gedoe waarbij uitgebreidere studiosessies wegens die vermaledijde social distancing vooralsnog een flinke hindernis blijven om te nemen. Gitaar en bas kunnen nog prima gedaan worden vanuit huis via digitale verbindingen, maar al Skypend de drums en de zang opnemen is toch verre van ideaal. Dat doen we dus alleen als het niet anders kan.

 

En dan, gaat er nog opgetreden worden? Tja, we kunnen wel willen maar wie zal het zeggen. Wanneer mogen er weer vijfhonderd man samen in een zaaltje zonder dat de IC’s overbelast gaan raken? Iedereen anderhalve meter van elkaar staan? Ik zie het niet gebeuren. Of mogen alleen ‘jongeren’ van beneden de zestig naar de clubs komen, zoals ik hier en daar al hoor roepen? In dat geval kan uw toetsenist zelf wel inpakken, of beter gezegd zijn spullen thuis laten, om over een niet onaanzienlijk deel van onze aanhang nog maar te zwijgen. Wat een rare wereld.

 

Stel, alles wordt weer ‘normaal’- gaan dan niet alle bands en podia haastig een verloren jaar in proberen te halen terwijl het publiek, getroffen door de economische nasleep van de crisis geen geld meer heeft voor een toegangskaartje dat misschien wel vier keer zo duur wordt omdat de zaal maar voor een kwart mag worden gevuld? Zijn er dan uberhaupt nog genoeg zalen, die de crisis overleefd hebben? Het is volstrekt koffiedik kijken. Wat nu gebeurt hebben ook maar weinigen zien aankomen, dus ik laat me graag verrassen.

 

We hopen er in elk geval maar het beste van. Maar wat er ook in het verschiet ligt, we blijven positief en gaan ons eens eerst maar eens richten op een nieuw album- en dan zien we wel weer. De eerste opnames hebben we al achter de rug, en al zeg ik het zelf- het zou me niet verbazen als het allemaal toch ergens goed voor is geweest.

 

Ton