NOSTRADAMUS - The Fate of Man

"Als we dat van tevoren hadden geweten..."

(I) Het idee.

In deze serie blogs wil ik graag terugkomen op 'Nostradamus- The Fate of Man'- zoals bekend, ons ambitieuze rock opera-project uit 2005, waarover de meningen nogal verdeeld waren- men was ofwel laaiend enthousiast, ofwel men had beslist de indruk dat we als band nu toch echt volledig de weg kwijt waren. Maar dat Nostradamus nog steeds 'leeft' onder de fans, merk ik in ieder geval nog regelmatig, en dat velen het, met ons, eeuwig zonde vinden dat er nooit een DVD van is gemaakt, weet ik ook.


Er wordt ook vaak gevraagd of het toch niet mogelijk is om het alsnog te doen. Ik zou willen dat het antwoord 'ja' was, maar een realistischer antwoord is het tegenovergestelde. En als het al een 'ja' is, zie ik het niet meer als een exclusief Kayak-project van de grond komen- om diverse redenen, waarover verderop meer. Er is in ieder geval een onafhankelijke producent voor nodig die er geld en tijd in wil investeren. Hoe dan ook: als er zich ooit nog een mogelijkheid voordoet, deze productie weer op poten te zetten, dan zijn we er klaar voor.


Helemáál zonder beelden en dus visuele herinneringen zitten we, gelukkig, niet. Er is een 'enhanced'-single CD verschenen met bijna drie kwartier zelf opgenomen video, voor en achter de schermen van een voorstelling in Franeker. Verder is er nog intessant en veelal hilarisch materiaal van de repetities (nu deels te zien tijdens de 35th Anniversary Tour) en een integrale opname van de voorstelling in het Zuiderparktheater te Den Haag- alleen doet die door allerlei omstandigheden (deels daglicht, een 'open' podium, kortom ondanks de aardige lokatie een voor dit project sfeerloze entourage) geen recht aan de show zoals die was. Of moet ik zeggen: zoals die had kunnen zijn?


Wat achtergronden. Het maken van een rock opera, zeker als je het aanpakt zoals wij dat met Merlin en Nostradamus hebben gedaan, is misschien niet interessant voor een groot publiek, maar vast wel voor al diegenen die de show hebben gezien en/of de dubbel-CD kennen. Na 'Merlin- Bard of the Unseen' hadden we het gevoel dat onze theatrale aspiraties ons verder zouden kunnen brengen. Gelukkig wisten we toen nog niet dat de financiele problemen om deze productie rond te krijgen zodanig zouden oplopen dat het zelfs tot in januari 2005 nog onzeker was of we twee maanden later uberhaupt wel van start zouden kunnen gaan. Uiteindelijk vonden we MBN Agency, dat onze reguliere club-optredens al boekte, en met name Marc de Bruin bereid om de fakkel over te nemen van de producent met wie we aanvankelijk in zee
waren gegaan. Geen gering risico, en daarvoor heeft hij en zijn club wat mij betreft groot respect verdiend- begonnen met een minimaal budget en minimale ervaring in de theaterwereld, maar met een maximale inzet en het vertrouwen dat we het met zijn allen klaar konden spelen. Hoewel de uiteindelijke tournee natuurlijk ook meer dan de moeite waard is om over te vertellen, is de totstandkoming van het totale project dat wat mij betreft nog interessanter. Het begon met het schrijven. En dat begon met het 'idee'.


De gedachte om 'iets' met het onderwerp Nostradamus te doen was er al heel wat jaren- sinds midden jaren tachtig om precies te zijn. Niet dat ik er dagelijks mee bezig was, maar het idee bestond wel. Als solo-project, of wat dan ook. Er was een klein aantal nummers gedeeltelijk af (de eerste 10 a 15 minuten ongeveer, en tamelijk tekstloos), dus bij lange na niet voldoende om van een rock opera te spreken- en een grote lijn, een verhaal, was er al helemaal niet. Uiteindelijk was het Irene die suggereerde om na Merlin van Nostradamus ons volgende Kayak-project te maken, waarna we driftig zijn gaan spitten in het levensverhaal van de astroloog. En hoe langer en hoe dieper we daar indoken, des te meer kwamen we tot de conclusie dat we meer nodig hadden dan alleen de biografie van de 16e eeuwse ziener. Wat mij in eerste instantie had aangetrokken tot het onderwerp, was de mystieke sfeer die rondom diens naam hing. Hoewel ik zelf astrologie, en alles wat daarmee samenhangt, met een flinke emmer (zeg maar vrachtwagenlading) zout neem, prikkelde die nevel van onverklaarbaarheid in combinatie met wat historische feiten wel onze fantasie.


Niet alles in deze wereld hoeft uitgelegd en begrepen te worden. Liever niet zelfs, als je het mij vraagt. Maar je mag en moet misschien wel naar zo'n verklaring zoekenwaar je ook uitkomt.

 

Michel de Nostre-Dame / Nostradamus


Hoe bekender we dus raakten met de man's historie, des te minder opgewonden we eigenlijk werden over ons idee. Ja, hij voorspelde mogelijk de toekomst- en ja, hij had zijn vrouw verloren en het een en ander aan pech en voorspoed gekend in zijn leven, maar bovenal kwam Nostradamus op ons over als een tamelijk op maatschappelijk aanzien gerichte en eigenwijze opportunist, die weliswaar zijn steentje bij had gedragen aan de bestrijding van de pest, maar bij wie het mystieke voor ons een onmiskenbare knauw had gekregen- en daarmee feitelijk onze inspiratiebron. Natuurlijk kunnen we zijn persoonlijkheid niet losmaken van de tijd waarin hij leefde, maar laat ik zeggen: we kregen nog net geen hekel aan hem. Sterker nog, was dat maar zo geweest: dan maakte hij tenminste nog iets in ons los. We zochten onbewust naar
iets dat meer was dan alleen zijn biografie, een opsomming van feiten die nog geen verhaal maakt. Er ontbrak iets- of, liever gezegd, er moest iets anders zijn.

 

(II) Rudy Cambier


Toen stuitten we op een boekje van de Belgische voormalige hoogleraar Rudy Cambier. Gewoon, gevonden op de boekenafdeling van V&D, op zoek naar informatie over Nostradamus, onder de titel: 'Nostradamus en de Erfenis van de Tempeliers.' Het lezen daarvan bracht de ommekeer teweeg in onze benadering. En hoewel het boekje zelf niet erg prettig wegleest (het springt van de hak op de tak, en had beslist een goede eindredacteur kunnen gebruiken) was de informatie waarmee Cambier op de proppen kwam op zijn minst intrigerend.

 

Hij stelde namelijk, dat Nostradamus zijn beroemdste boek, De Centurien, helemaal niet zelf had geschreven, maar gewoon had gekopieerd en uitgegeven onder zijn eigen naam. Plagiaat dus. Het origineel zou ruim twee eeuwen eerder zijn geschreven door een Vlaamse monnik, Yves de Lessines geheten. Nostradamus had dat boek, volgens Cambier, tijdens zijn omzwervingen meegenomen uit een (toen) Noord-Franse abdij te Cambron. Hij kon de inhoud ervan (1000 vierregelige verzen, zogenaamde kwatrijnen) weliswaar waarschijnlijk absoluut niet begrijpen, maar achtte die desalniettemin- of misschien juist daarom- uitstekend te gebruiken voor zijn eigen doeleinden: omdat de verzen namelijk in de toekomende tijd geschreven waren, zouden ze in ieder geval kunnen doorgaan voor voorspellingen, een belangrijke bron van zijn inkomsten als astroloog en almanakschrijver.

 

Rudy Cambier, Irene Linders

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Cambier kwam met een hele rits overtuigende argumenten, waarom Nostradamus dat boek nooit geschreven kon hebben- en waarom de Lessines juist wel. Ik zal ze hier niet allemaal herhalen, want dan kunt u beter zelf zijn boek lezen. Wat de Centurien volgens Cambier (specialist in het Picardisch, een oude Noordfranse taalvariant) wel waren, maakte het voor ons nog interessanter: de kwatrijnen gaven een tijdsbeeld van de 13e en 14e eeuw, en vertelden bovendien het verhaal van de ondergang van de Tempeliers, en gaven daarbij in code- dus een alleen voor ingewijden te ontcijferen boodschap- aan waar de legendarische schat van die inmiddels veelbesproken
ridderorde begraven zou moeten liggen. Ze waren geschreven in het Frans van De Lessines, het Picardisch, en niet in de Provencaalse variant van Nostradamus, die ruim twee eeuwen later leefde. Dat een aantal verzen van de Centurien onomstotelijk geënt waren op bepaalde situaties in het tijdperk van De Lessines, is overigens algemeen aanvaard. En het is nauwelijks voorstelbaar dat Nostradamus in voorspellingen zou teruggrijpen op gebeurtenissen van 200 jaar eerder.


Cambier betoogde ook, dat veronderstellen dat Nostradamus wel de auteur was van de Centurien, zo ongeveer gelijk stond aan het toeschrijven van een boek als Mulisch' De Ontdekking van de Hemel aan de eerste de beste roddeljournalist. Want hoewel Nostradamus tijdens zijn leven toch menig goedverkopend almanakje had uitgegeven, kwam volgens Cambier niets van zijn schrijfsels tot dan toe kwalitatief ook maar in de buurt van de Centurien, dat niets meer en niets minder is dan een volgens een strak metrum en rijm gecomponeerd poetisch meesterwerk- begrepen of niet.

 

Dat metrum (decasyllabische versvoeten met een cesuur na de 4e versvoet, in gewone mensentaal: iedere zin bestaat uit 10 lettergrepen, metrisch onderverdeeld in 4 en 6) heeft overigens geleid tot de maatsoort die we hebben gebruikt in The Centuries: een 5/4-maat (oftewel 10/8e)- en de merkwaardige verdeling van deze maat in 2 + 3, die door de meeste mensen -geconditioneerd als wij allen nu eenmaal zijn- "omgekeerd" wordt aangevoeld.


Bovendien bewaarde Nostradamus van al zijn werk aantekeningen, kladjes of kopieen- je kon immers niet weten of die nog eens hergebruikt en -verkocht zouden kunnen worden. Voor een kleine zelfstandige als hij kon dat altijd van pas komen. Maar juist van die Centurien, Nostradamus' beroemdste werk, is echter vreemd genoeg helemaal niets terug te vinden. Dat lijkt verdacht. Het wekt toch argwaan wanneer die prachtige verzen, zogenaamd geinspireerd door heftige nachtelijke visioenen, meteen in het net en zonder verbeteringen zouden zijn neergeschreven. Maar nee, geen kladje te vinden. De titel 'Centurien' hield volgens Cambier ook helemaal geen verband met het vermeende aantal verzen van het totale boek (10 x 100, als men wat creatief telt), maar was de benaming van de manschappen in een leger, zoals ze al
tijdens de Romeinen genoemd werden- en daarmee bedoelde De Lessines letterlijk het Leger van Jezus Christus: oftewel de Tempeliers. De verzen waren dus eigenlijk symbolische legereenheden, in dienst van Jezus Christus. Een interessant gegeven, dat een geheel ander licht werpt op het boek en de betekenis ervan.


We hadden met de invalshoek van Cambier ons uitgangspunt gevonden: niet Nostradamus was de feitelijke hoofdfiguur, maar die mysterieuze monnik die getuige was geweest van de ondergang van de Ridders van de Tempelorde, en die als enige nog over essentiele informatie beschikte over de verborgen rijkdommen- genoeg om, als de tijd rijp was en de juiste persoon zich aandiende, de Orde nieuw leven in te blazen. Maar een rock opera over ene Yves de Lessines was natuurlijk niet zo interessant en zeker niet te plaatsen in de Nederlandse theaters. Dus het bleef Nostradamus, hoewel ook bleek dat we in ons enthousiasme de bekendheid van zelfs die naam nog
hadden overschat- lang niet iedereen blijkt precies te weten, wie de goede man was. Alleen hebben we geprobeerd de gebeurtenissen op het podium een ander perspectief te geven door De Lessines vanuit de hemel- hij 'was' daar immers al een tijdje- zijn cynische commentaar te laten leveren op de nog levende Nostradamus zijn versie, uiteraard, waarvoor uiteindelijk ook geen onomstotelijk bewijs is. Zijn rol is tevens die van machteloze toeschouwer- en vanuit die hoedanigheid probeert hij een complot te smeden met zijn lotgenoten in de zaal.

 

Ondertussen ontvouwt het leven van Nostradamus zich op de rest van het podium. Irene en ik zijn op bezoek geweest bij Cambier en diens vrouw. We werden hartelijk ontvangen op hun boerderij (in de buurt van Kortrijk), alleen liet de aanwezigheid van 17 honden het niet bepaald toe dat we ook binnen kwamen: we zouden mogelijk worden opgevreten, en aangezien we al genoeg problemen hadden om deze productie
op poten te zetten we bleven voorzichtigheidshalve maar buiten. Gelukkig was het redelijk goed weer en hebben we de middag keuvelend en koffiedrinkend in de tuin doorgebracht. Cambier's (voornamelijk Franse) woorden werden vertaald door zijn vrouw, die wel Nederlands sprak (zij heeft ook de Nederlandse vertaling van zijn boek gedaan). Hij heeft ons die middag de plaats getoond waar die schat zich volgens hem bevond- een indrukwekkend moment.

 

Waarom is die schat dan nooit opgegraven, was ook onze logische vraag. Het antwoord was even simpel als teleurstellend: Cambier heeft, om wat voor reden dan ook, nooit toestemming gekregen om de benodigde graafwerkzaamheden uit te voeren. Ambtelijke bemoeizucht, gemengd met betweterige kleinburgerlijke naijver heeft Cambier- zegt hij- ervan weerhouden zijn bewijs te leveren. Dat hij niet heeft doorgezet om zijn gelijk te krijgen, kan hem niet worden aangerekend: hij was er, niet meer de jongste, uiteindelijk weinig wijzer van
geworden- vermoedelijk alleen maar een hoop problemen rijker. En niemand anders wilde, kon of mocht het doen van de gemeentelijke instanties. En misschien maar goed ook- zo blijft er nog iets te raden. Stel je voor dat er niets was gevonden..
.
Het Tempeliersteken boven de vermeende schatplaats

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cambier vertelde ons die middag nog een hele hoop wetenswaardigheden, en waarom het allemaal juist in zijn streek was gebeurd, en hoe juist hij achter de ware toedracht was gekomen. We kregen een memorabel lesje regionale geschiedenis, waarbij we overrompeld werden door de historische kennis van Cambier, zowel wat betreft zijn woonstreek als over het gehele tijdperk tussen De Lessines (14e eeuw) en Nostradamus (de 16e).

(III) De personages


Terug naar Kayak. Naast Nostradamus (Bert Heerink) en De Lessines (Edward Reekers) hadden we natuurlijk nog wat meer personages nodig die het verhaal rond konden maken. Uiteraard zijn eerste vrouw, die hij aan de pest verloor (een ommekeer in zijn leven, want als gevierd pestbestrijder is zo'n tegenslag niet zulke beste reclame)- maar aangezien zelfs haar naam niet zeker is, konden we daar weinig concreets mee. We hebben haar dan ook alleen in twee dansen (twee solo's van Marjolein Teepen) tamelijk abstract weergegeven, t.w. haar sterfscene tijdens 'Save My Wife' en het moment dat zij later terugkomt in Nostradamus' gedachten, gedurende 'Settle Down'. Zijn tweede vrouw, Anne de Ponsarde (Cindy Oudshoorn), konden we daarentegen wel goed neerzetten. Van haar is meer bekend: ze was een niet onbemiddelde weduwe, kwam op een handig moment in zijn leven, en bezorgde de al wat ouder wordende arts financiele zekerheid. We hebben haar dus een dienend karakter gegeven, die hem nam zoals hij was.


Bert Heerink, Marjolein Teepen, Bert Heerink, Cindy Oudshoorn


Een uiterst dankbare tegen'rol' is m.i. die van de Franse koningin Catherina de Medici (Monique v.d. Ster). Hoewel we haar inbreng qua jaartallen iets hebben vervroegd (als we chronologisch te werk waren gegaan was ze pas halverwege de tweede acte begonnen omdat ze pas laat in Nostradamus' leven verscheen en dat wilden we Monique niet aandoen), vertolkt ze een dermate belangrijke rol dat we haar aanwezigheid hebben aangegrepen om een tijdsbeeld te scheppen en meteen de hypocrisie van het Franse hof te tonen- en daarmee het opportunisme van Nostradamus. Catherina was, als goed katholiek, behoorlijk bijgelovig, en liet zich dan ook om de haverklap de toekomst voorspellen door een klein leger tovenaars, waarzeggers en kwakzalvers omdat ze verder niemand in of buiten het hof vertrouwde. Ze was verder naar verluidt niet vies van een potje vergiftigen en speelde- zeker na de dood van haar echtgenoot, koning Hendrik II- hoog politiek spel middels list, bedrog en manipulatie. Ze had ook haar goede kanten: ze bevorderde, als een echte De 'Medici, de Kunsten op alle mogelijke manieren. (Hadden wij met Kayak in haar tijd geleefd, dan hadden we zeker een beroep op haar financiele steun gedaan). Kortom, daar konden we wat mee. Dat ze ook nog een zogenaamd Vliegend Eskader vrouwelijke spionnen om zich heen bleek te hebben gehad, dat zich in het vijandelijke bed verdienstelijk maakte door informatie te winnen die Catherina weer kon gebruiken, was helemaal meegenomen ('The Flying Squadron')


Monique vd Ster Cindy Oudshoorn, Monique vd Ster, Marjolein Teepen, Marloes van Woggelum


Nostradamus had bewonderaars maar ook vele tegenstanders. Die hebben we verenigd in de Opponent, een personage (wie anders dan Rob Vunderink) dat in wisselende hoedanigheden leiding gaf aan iedereen die Nostradamus dwarszat: met name de professoren aan de Universiteit die de jonge astroloog veel te eigenzinnig vonden, en de Inquisitie, die meende dat Nostradamus zich bezighield met verdachte, occulte praktijken en daarmee de stoelpoten onder de kerk vandaan aan het zagen was. Iemand die van vriend en collega in zijn leven tot een vijand werd was Jules-Cezar Scaliger (Syb vd Ploeg). De reden van diens omslag is nooit echt helder geworden. Wellicht was dat uit jaloezie op het succes van de pestdokter. Ook dat was een mooie veronderstelling waarmee we zijn omgeving en leven konden uitbeelden.


Bert Heerink, Rob Vunderink Syb vd Ploeg, Bert Heerink, Marjolein Teepen


Behalve de al genoemde Marjolein Teepen (tijdens de reeks enkele malen vervangen door Kathelijne vd Zwaan) deden er nog meer mee in diverse rollen. Marc Dollevoet speelde de nogal sullige koning Hendrik, echtgenoot van Catherina de 'Medici. Of hij in werkelijkheid ook zo sullig was, valt te betwijfelen, want Catherina kwam pas volledig tot ontplooiing na zijn dood. Marloes van Woggelum had haar opvallendste moment als lid van Catherina's Flying Squadron, waarbij ze samen met Syb vd Ploeg een suggestieve vrijpartij mocht uitvoeren (die ik overigens vanuit mijn positie achter de keyboards nooit goed gezien heb: pas later werd mij door de videobeelden duidelijk wat er zich allemaal achter mijn rug afspeelde).


Tenslotte hebben we het Volk (bestaande uit iedereen die op dat moment even niets te doen had) opgevoerd als koor- dat ongeveer als bieen Grieks drama commentaar levert, maar ook als kerkkoor kan dienen- onmisbaar wanneer we volledig willen zijn.


Edward Reekers, Bert Heerink


Uiteindelijk belandt Nostradamus in de hemel, waar hij De Lessines ontmoet. Daar sluit de cirkel zich dus- de monnik vertelt hem dat hij weliswaar door jatwerk zijn roem en fortuin heeft vergaard, maar dat hij, De Lessines dus, hem daar eigenlijk nog dankbaar voor is ook: op deze manier heeft niemand ooit begrepen waar de Centurien werkelijk over gingen, en bleef de schat veilig gesteld- tot diegene komt, die in zou zien hoe die verdraaide verzen gelezen moeten worden, en met die rijkdommen dus de Orde weer nieuw leven zou kunnen inblazen. En dat zou dus onze vriend Rudy Cambier zijn. Maar die mag niet graven van de gemeente. Het klinkt allemaal erg toevallig. Maar toch...maar toch...


We nemen geen stelling: zowel de versie van Nostradamus als die van Lessines blijven gehuld in een wolk van vraagtekens en hypotheses- maar het mag duidelijk zijn dat we de geloofwaardigheid van Nostradamus op zijn minst ter discussie stellen. Het moeilijke van deze rock opera ten opzichte van Merlin was wel, dat we met echte, historische figuren te maken hadden. We moesten dus uitgaan van het levensverhaal van de hoofdfiguur zoals dat vermoedelijk heeft plaatsgevonden, maar moesten dat wel interpreteren, niet domweg naspelen. Merlin was een legende, een mythe, en heeft- net als Arthur en de anderen- vermoedelijk als zodanig nooit echt bestaan, of is gebaseerd op combinaties van wellicht historischer personages.

 

Hoewel ook de Merlijn/Arthur verhalen allerlei losse eindjes vertonen, met ridders die ooit dood waren maar die in een ander verhaal daarna gewoon weer vrolijk van de partij zijn- was onze versie een afgerond (en dus uiteraard versimpeld) geheel: het begint bij de geboorte van Arthur en eindigt bij zijn dood. Hier en daar een uitstapje of een verwijzing naar bijbehorende onderwerpen zoals de Graal, Avalon, of het Zwaard in de Steen- en al zeer gedetailleerd vergeleken met de ruwe oerversie uit 1981- maar een geschiedkundige verantwoording was nauwelijks nodig, voor zover wij daar al toe in staat zouden zijn. De essentie van Merlijn en Arthur zit verborgen in de mysterieuze legendes: ze zijn daardoor eigenlijk onaantastbaar. Dat was met Nostradamus
bepaald anders: de historische feiten moesten, voor zover bekend, toch wel een beetje kloppen, maar binnen dat raamwerk wilden we dus ook nog die tweede, ironisch/ kritische laag aanbrengen, waarmee we onze eigen 'held' ook weer niet helemaal onderuit zouden mogen halen.

 

(IV) Invullen


Waar zowel Merlin als Nostradamus op drijven is het spanningsveld tussen christendom, het occulte en de wereldlijke macht. Bij Merlin zijn die figuren voornamelijk symbolisch en legendarisch: koning Arthur vertegenwoordigt het 'nieuwe' geloof (het christendom), terwijl Morgan LeFaye nog tot het oude, zogenaamd 'heidense' geloof (paganisme, het occulte) behoort- hetgeen uiteindelijk leidt tot een strijd om de (wereldlijke en geestelijke) macht in Engeland. Van scheiding tussen kerk en staat was in die dagen nog geen sprake. In Nostradamus werpt de hoofdpersoon zich weliswaar ook als voorspeller en astroloog op, maar wie of wat hij ook was, hij heeft echt bestaan- en zijn levenswandel is voor een groot deel gedocumenteerd. Hij is bovendien gecorrumpeerd, ambieert een maatschappelijke carriere, en is in die zin ook niet goed te vergelijken met Merlin, wiens enige 'belang', of taak het beschermen van Arthur is. Aan het Franse hof, 1000 jaar later, wordt heel christelijk gedaan, maar daar spelen zich achter de schermen heel andere taferelen af. Officieel wordt alles wat astrologie betreft door de Inquisitie, de kerkelijke macht, veroordeeld, maar er is nooit een tijd geweest waarin zoveel horoscopen getrokken werden als in de 16e eeuw. Ook nu nog steeds is religie, van wat voor signatuur dan ook, een belangrijk maatschappelijk gegeven, zo niet belangrijker dan ooit: kijk maar om je heen. De tegenstellingen tussen christendom en islam zijn nog minstens net zo actueel als
vroeger. En dergelijk 'godsbesef', van bovenaf opgedrongen, brengt bepaald niet altijd het goede in de mensen boven, zoals de geschiedenis ons leert: het leidt tot geweld, bedrog, manipulatie en onverdraagzaamheid ten opzichte van andersdenkenden. Of dwaal ik nu af?

 

Aan de andere kant, misschien is die conclusie wel veel belangrijker dan het oplossen van de vraag over Nostradamus' geloofwaardigheid, en is die onderlaag van het verhaal uiteindelijk de essentie ervan. Georganiseerde religie betekent macht, en heeft zich inmiddels bewezen als een uiterst effectief middel om mensen te manipuleren. Maar dat laatste gaat overigens ook op voor de occulte kant van het hemelse spectrum. Het is maar, wat je gelooft, oftewel: 'No proof is stronger than faith', zoals in de gesproken inleiding van de voorstelling te horen
was. Er zijn nog meer banden tussen Merlin en Nostradamus, behalve hun occulte bezigheden. Er bestaat bijvoorbeeld een theorie over Arthur, die zegt dat Arthur model staat voor de Merovingische koning Clovis, die inderdaad rond diezelfde tijd leefde, zij het in Frankrijk. Deze Clovis maakte een deal met de paus en nam op zeker moment het rooms-katholieke geloof aan, waarmee hij de paus een zwaard in handen gaf en zelf een christelijk excuus kreeg om zijn vijanden een kopje kleiner- en daarmee zijn grondgebied wat groter te maken.

 

Iedereen die de Da Vinci Code heeft gelezen, en wie heeft dat niet tegenwoordig, weet dat er een link wordt gesuggereerd tussen de
Merovingers en de Heilige Graal, de bloedlijn van Jezus. En dan zijn we al snel bij de Tempeliers, die niet voor niets in Jeruzalem waren, zullen we maar zeggen- en vervolgens bij monnik Yves de Lessines, een voormalig ingenieur bij het leger, en... broer van de commandeur der Tempeliers in Vlaanderen. Is dat niet toevallig?
Hmmm, zou Tom Poes zeggen.


.
Het Tempelierszegel


Toen we eenmaal het idee rond hadden, wijdde Irene zich aan het script en gingen we verder 'invullen.' Een raamwerk maken, waarbinnen de nummers geschreven zouden worden. Het prettige van dit invulwerk is dat je duidelijk weet waar het over moet gaan, en daar je muziek door laat inspireren. Er waren een paar cruciale momenten in het leven van Nostradamus, die overbiddellijk een nummer, een hoeksteen binnen onze rock opera zouden moeten vormen. Met 'Merlin, Bard of the Unseen' moesten we de lege gaten vullen binnen de opzet van 1981, en hadden we ook al muziek klaar waar de teksten nog op moesten passen. Geen erg handige manier van werken als je een verhaal wilt vertellen, dat ons dan ook menig moeilijk ogenblik heeft bezorgd om het kloppend te krijgen, en we merkten dat het schrijven
van de teksten voor Nostradamus een stuk makkelijker, haast organischer ging. Nieuw voor mij was, dat ik vrijwel nog nooit muziek had gemaakt op onze eigen Engelse teksten. Ik heb inmiddels honderden Nederlandse teksten van muziek voorzien, maar met Kayak ging het (tot en met Merlin) eigenlijk altijd andersom: er was hooguit een Engelstalige kreet, een zinnetje, een half couplet of slechts onverstaanbaar gebrabbel: de muziek was er bijna altijd eerder. Vervolgens moesten we gaan bedenken waar we het nu weer eens over zouden gaan hebben en moesten er bij mijn soms nogal onlogisch lijkende melodieen coherente teksten komen.

 

Zo'n kreet of een zinnetje helpt dan vaak wel, maar kan je ook vastzetten als je pech hebt, omdat er gewoon niets bij te bedenken valt. Gelukkig was er ook nog muziek die geen tekst nodig had: de Pest, of Magie, dat soort onderwerpen kun je heel aardig in dramatische muziek omzetten- we waren tenslotte met theater bezig. Die magie kwam in dit geval meestal bij Catherina de 'Medici vandaan: het instrumentale thema van 'Pagan's Paradise' is hetzelfde als dat van 'Dance of Mirrors', zij het dat de maatsoort hier is omgezet van
6/8 naar 4/4. Iedereen die het nummer hoort, denkt aan iets Keltisch. Misschien is het dat uiteindelijk ook wel (ze zaten overal, die Kelten), maar het gaat hier ieder geval toch om een authentiek laat middeleeuwse, Italiaanse dansmelodie, dat onze Catherina hoogstwaarschijnlijk ooit wel eens gehoord heeft, getiteld 'La Rotta.'


Zo gebruiken we wel meer dezelfde thema's in andere nummers, zoals inderdaad het instrumentale thema van 'Friend of the Stars' of 'A Strange and Cryptic Tale'. Het schept (bewust en onbewust) verband en structuur. Het thema voor dat stuk (Nos-tra-da-mus in een stijgende mineur drieklank in kwart-sext ligging, dit voor de kenners) had ik al eens eerder had gebruikt, namelijk in de 'Klokkenluider van de Notredame', een musical-productie van Opus One. Dat zich, toeval of niet, bijna in hetzelfde tijdperk afspeelt. Ik heb de muziek ook nog eens ingeleverd als achtergrondmuziek (jaja) van een tv-programma getiteld 'Conquer The Arctic', waarvan nog een instrumentale CD onder de naam Orion is verschenen- zij het zonder dat stuk zelf, want ik wist dat ik er nog eens iets mee zou gaan doen. Maar eigenlijk had ik dat thema al jaren daarvoor had geschreven met het idee van....Nostradamus in mijn achterhoofd. Toen dat in de vergeethoek raakte, viste ik het thema weer op bij het schrijven van de Klokkenluider (de namen van Nostradamus en Quasimodo komen metrisch gezien nauwkeurig overeen: 4 lettergrepen met het accent op de derde: de hoogste noot dus). Op het moment dat we dus toch ineens Nostradamus gingen doen, heb ik uiteraard wel even getwijfeld: kon ik dat wel maken? Of moest ik een dergelijk perfect thema laten liggen? Nee dus. Die musical wordt zo goed als zeker nooit meer gespeeld, van die CD zijn er hooguit 1000 verkocht en wie kent dat nummer nog? Dus ik
haalde mijn eigen thema weer aan boord, waarvan ik meende dat het meer verdiende dan één obscuur gebleven 'musical'. (Nu dus twee).

 

(V) De voorbereiding


In het algemeen was onze werkwijze dus zo, dat we (Pim en ik) beurtelings muziek bij de op dat moment min of meer voltooide teksten maakten, dan wel de instrumentale nummers schreven waar die in het verhaal nodig waren, zoals 'Dance of Death' en 'The Centuries'. Uiteindelijk was het meeste tekst- en muziekwerk gedaan, en werden de demo's na de zomer van 2004 rondgestuurd naar de anderen, die driftig aan het studeren sloegen- vervolgens begonnen we in het najaar aan de opnames. Die vonden voor een groot deel (zang, gitaar, bas, keyboards) in mijn eigen thuisstudio plaats. De keyboard-invulling van Pim's nummers kwam vaak rechtstreeks uit zijn eigen computer. Voor het opnemen van drums zijn wij echter thuis niet ingericht, dus dat deden we- alsmede de door Pim's naamgenoot Eddie
bespeelde percussie- in een 'echte' studio (E-Sound in Weesp), met opnametechnicus Emile Elsen, die ook technisch verantwoordelijk was voor de eindmix in de Westend Studio in Amsterdam. Die lokatie was ook een heel praktische keuze: ik zat namelijk met Youp van 't Hek zes weken lang achter de vleugel in Theater Carre 'Prachtige Paprika's' te kweken, en zo kon ik beide werkzaamheden met enig kunst- en vliegwerk combineren.


Tegelijktertijd moesten we natuurlijk ook de theatertour voorbereiden, die in 2005 van start zou gaan. Althans, daar gingen we nog maar even van uit. De besprekingen met de producent liepen niet van een leien dakje- het werd steeds duidelijker dat de regie ons min of meer uit handen werd genomen, terwijl de zakelijke kant weer een ander probleem vormde: de financiele consequenties bleken voor die producent steeds moeilijker te dragen. Het bleek ook dat het werken met een groep als Kayak heel iets anders is dan een overzichtelijke theaterproductie opzetten waar de muziek vaak van CD komt. Uiteindelijk barstte in januari 2005 de bom: we moesten als de
wiedeweerga op zoek naar een andere producent, als we nog iets van het hele project wilden maken. Het opnemen van het album was immers ook al in volle gang, en zonder tour geen CD- en vice versa. Maar zoals gezegd, gelukkig vonden we in ons boekingskantoor MBN Agency van Marc de Bruin de producent die zowel de plaat als de tour wilden dragen, financieel gezien dan. Dat klinkt logisch, maar dat is het niet: een theatertour opzetten, met een groep van 13 man + techniek, is wel heel iets anders dan een bandje 'wegzetten' in het club circuit.

 

Met man en macht is er gewerkt om alles voor elkaar te krijgen. Hoe het gelukt is, kan ik nog steeds niet helemaal begrijpen. Terwijl de band repeteerde, deden Ruud Davris, Irene en Marjolein Teepen (de laatste twee in steeds grotere mate) de regie-, stage- en dansrepetities met iedereen die op dat moment niet nodig was bij de band. Marjolein werkte in die repetitiefase ook veel samen met Frans Schraven van Opus One aan de choreografie. Pas de laatste paar dagen kwam alles bij elkaar. Ondertussen werd er een decor gebouwd, een CD opgenomen en afgemixt, een videofilm in elkaar gedraaid om het verhaal wat duidelijker te maken, en kleding bijelkaar gezocht. De toewijding van sommigen ging ook wel erg ver: vlak voor het doek openging stond Syb vd Ploeg, die de rol van
Scaliger speelde in de rock opera, in zijn podium-outfit vaak nog even de troon vast te timmeren, om te voorkomen dat Hare Hoogheid van de verhoging zou lazeren. En dat allemaal voor een minimaal budget: de meesten van ons hebben gewerkt voor een uurprijs waar een winterschilder uit Polen zijn neus voor ophaalt.

 

de repetities: Monique vd Ster + ensemble Monique vd Ster, Edward Reekers, Cindy Oudshoorn


Tussendoor raakten we ook nog even een bassist kwijt: Bert Veldkamp liet weten te willen stoppen met Kayak, om redenen van prive en werk. Ik zag mijn kans schoon: we schoven het zoeken naar een nieuwe basgitarist in verband met tijdgebrek maar even voor ons uit, bovendien: het inspelen van de baspartijen deed ik eigenlijk maa wat graag zelf. (Zoals menigeen weet, voel ik me eigenlijk bassist en geen toetsenist). Gelukkig vonden we, voor de repetities van start gingen, een zeer goede opvolger voor Bert in de persoon van Jan van Olffen. Er waren voor de show zelf nog meer zangers/dansers nodig dan in Merlin, dus die moesten ook gevonden worden. Een
daarvan was Marjolein Teepen (die we al kenden via Opus One en die daar al in menige door mij van muziek voorziene voorstelling had gespeeld) voor de dans (zowel als danseres en als choreografe), en die daarbij in de ensemblestukken een belangrijke vocale rol vervult.

 

Om het nog ingewikkelder te maken bleek Marjolein een aantal data niet te kunnen, en haar rol werd op die dagen overgenomen door Kathelijne vd Zwaan. De andere twee vocale/dansante onmisbare steunpilaren werden Marc Dollevoet en Marloes van Woggelum. Ook die twee bleken een muzikaal verleden met mij te delen: Marc had ooit in de musicalproductie 'Kruimeltje' gespeeld, en Marloes
kende ik van Jeugdtheater Hofplein, waar zij aan verschillende door mij van muziek voorziene voorstellingen had meegedaan.


Ton Scherpenzeel, bassist


Een niet zeer groot, maar wel belangrijk onderdeel van de muziek wordt gevormd door het koor. Saskia Heerink, de zus van Bert, regelde een klassiek, voornamelijk Bach zingend koor uit Doetinchem. In een plaatselijke, ijskoude kerk werd de opname-apparatuur neergezet, en lukte het Pim en ik het onder de vakkundige technische leiding van Emile Elsen de partijen op te nemen net voordat de koster onverbiddellijk kwam roepen dat onze tijd om was. Het koor klonk later ook op het podium, dankzij de moderne techniek: er liep synchroon met ons een computer mee, waarop die opnames stonden. (Dat koor meenemen op tournee was helaas geen optie natuurlijk- alleen tijdens de 'premiere' in Amersfoort zong een deel ervan live mee op het podium).


Pim Koopman en koor


Hoewel, eigenlijk was het andersom: de band liep achter de computer aan. Iedereen op het podium kreeg via zijn oortjes (de kleine oortelefoontjes, vergelijkbaar met die van een i-Pod bijvoorbeeld) niet alleen de instrumenten en de stemmen, maar ook een metronoomklik te horen, zodat we precies wisten wanneer we moesten beginnen. Het grote voordeel daarvan is dat je allerlei dingen kunt laten horen (effecten, orkestinstrumenten, koor) waar ik als eenvoudige toetsenist nu eenmaal geen handen voor
vrij heb. Alle geluidsveranderingen in mijn keyboards werden aangestuurd door de computer: hoera, geen duizend knopjes meer om in te drukken! Het nadeel is, dat je je geen enkele vergissing kunt permitteren: het overslaan van een couplet, of zelfs maar een maat, is fataal: de computer blijft stug doorlopen en houdt geen rekening met menselijke fouten. Zelfs de pauzes tussen de nummers waren getimed: van de eerste tot de laatste seconde 'hingen' we aan de computer. Hoe lang u ook had doorgeklapt, we waren dus toch begonnen met het volgende nummer. En een eventueel te vroeg gevallen stilte moesten we gewoon afwachten.


Ton Scherpenzeel


De laatste repetities vonden plaats in Theater in de Muze, te Noordwijk. De generale was een kleine ramp, en we besloten een groot deel van alle toeters en bellen eruit te gooien omdat we gewoon veel meer repetitietijd nodig hadden. Los van de logistieke problemen (kan iemand me met mijn rits helpen, aan welke kant moet ik op, au die spiegel staat in de weg) moest het veel meer een eenheid worden, waarbij verhaal, muziek, verhaal, spelers/vocalisten en muzikanten elkaars gelijken zouden zijn. De regie (het bepalen van wie doet wat, waarom en hoe) en staging (wie doet wat en waar, en hoe loopt niemand elkaar voor de voeten) is gedurende de repetite- en
inspeeltijd ook steeds meer overgenomen door Irene en Marjolein. Vervolgens zouden we per show bekijken wat er weer bij kon. Ook de geluidsversterking deugde nog niet: Kayak is en blijft een rockband met een bepaalde power: de microfoontjes zoals die op eenieders gezicht waren geplakt, voldeden niet: ze klonken blikkerig en als er ook maar een beetje volume werd gemaakt, begon het PA te piepen.

 

Voor de meesten werden het dus weer gewone, ouderwetse handmicrofoons. Aan de ene kant lastig, aan de andere kant waren er toch altijd nog wel een paar die niet wisten wat ze met hun handen moesten doen op het podium, dus dat waren twee vliegen in een
klap. Toen klonk het ineens weer als een band. Al snel hebben we toen weer het oorspronkelijke plan opgepikt, tot de show na een paar weken ongeveer stond zoals bedoeld was- dat wil zeggen, binnen de beperkingen van ons budget qua tijd en geld. Dat is een strijd die je niet moet willen winnen: een Joop vd Ende productie begint zo ongeveer pas, waar wij (na 30 shows) al lang en breed onze spullen ingepakt hebben. Maar goed, we overleefden de eerste try-out met enkel wat blikschade en konden in ieder geval verder.

 

(VI) Het podium.


Hoe zag het eruit op het podium? Drummer Pim Koopman werd 'veilig' onderin toren 2 gezet: om hem heen 4 wanden van geluidswerend plexiglas, wat de zaalmix een stuk eenvoudiger maakte. We hebben ooit zijn volume gemeten: op 15 meter afstand leverde een enkele klap op zijn snaretrommel zonder afscherming niet minder dan 105 db op. En dan deed hij nog niet eens echt zijn best. De plexiglas wand had als bijkomend voordeel dat zijn drumstel altijd en overal hetzelfde klonk: hij had geen last van de akoestiek van het podium, omdat zijn ruimte afgesloten was. Overigens geen aanbevolen plaats om te vertoeven als Pim speelt: als er een Hel bestaat, moet die met Pim's hokje vergeleken een soort Centre Parcs zijn. Ik heb ooit geprobeerd om zijn koptelefoon op te zetten, om te horen hoe hij de show nou eigenlijk beleefde. De metronoomklik, die het tempo van de nummers bepaalde, en die wij allemaal op onze oren kregen, stond bij hem ongeveer twee keer zo hard: het moest immers boven zijn slagwerk uitkomen. Als hij die tel kwijtraakte, konden wij ook wel ophouden. Dat hij uberhaupt nog zulke goede oren over heeft (zegt hij), is een waar mirakel.


Kayak cast Nostradamus, totaal


(Joost, Marloes) Ton Scherpenzeel, Syb vd Ploeg, Kathelijne vd Zwaan, Marc Dollevoet


We hadden twee torens op het podium bedoeld, maar niet elke zaal was daar geschikt voor: in sommige theaters (Vlissingen, Leiden) was het podium te klein, of kon de stellage (ook niet in onderdelen) niet eens door de toegangsdeuren. Dan deden we het zonder toren 1: minder indrukwekkend, en ook jammer vanwege het op die hoogte vanuit twee torens uitgevochten gitaarduel tussen Joost en Rob, maar het was niet anders. Tussen de twee torens in, ongeveer boven mijn hoofd, hing een videoscherm waarop door Tjeerd Bellien de verduidelijkende teksten en beelden werden geprojecteerd, die we samen hadden verzameld, gelay-out en gemonteerd. Daar is nog lang na de eerste shows aan gewerkt: pas na een aantal concerten hadden we de vorm gevonden die het verhaal helder en bovenal leesbaar maakte. Dat deze 'begeleidende uitleg' Nederlandstalig was en de rock opera zelf in het Engels, heeft niemand dan ook echt gestoord.


Ik heb pas later, op de video-opnames die we hebben gemaakt van de show in het Zuiderpark te Den Haag, gezien wat er allemaal op het podium gebeurde. Ten eerste was ik, met al mijn partijen waar je eigenlijk 3 handen voor nodig hebt, veel te druk om overal op te letten. Bovendien bleef ik voortdurend bezig de computer in de gaten te houden: ook die kon vastlopen. Dat betekent dat al mijn vele, voorgeprogrammeerde geluidsveranderingen op keyboards niet door zouden komen. Het is inderdaad enkele malen gebeurd, en gelukkig was dan een eenvoudige welgemikte klap op 'enter' voldoende om de boel weer te synchroniseren. Ten tweede kijk ik meestal de andere kant op: richting Pim, of hooguit naar voren richting zaal. Vooral de scene tijdens 'The Flying Squadron' heeft me achteraf verrast: het grootste deel ervan speelde zich immers af buiten mijn gezichtsveld. Ik kan me voorstellen dat de verleidingsacties van de diverse dames diepe indruk maakten in de zaal.

 

Ook de bovenverdiepingen van de torens waren voor mij onzichtbaar. Wat Bert, Rob en Syb daar allemaal uitspookten, heb ik pas later goed gezien. De enige die met geen stok naar boven was te krijgen, was Edward. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat hij, als monnik, vanuit de hemel zijn verhaal vertelde. De hemel, dat was voor ons boven, dus: naar boven, in de toren. Klinkt logisch. Helaas, Edward heeft last van flinke hoogtevrees. Een diep bord geeft bij hem al problemen, dus na enkele manmoedige pogingen en
Ratelband-achtige teksten ("Je Kunt Het Wel! Je Kunt Het Wel!") moesten we concluderen dat Edward Het Niet Kon en zich gewoon diep ongelukkig voelde, daarboven in de Hemel. Vreemd, voor een monnik, maar ja. Hij mocht dus terug naar beneden, om zijn verhaal te doen. Uiteindelijk bleek dat prima te werken: de suggestie dat hij zich elders in tijd en ruimte bevond, was al voldoende, daarvoor hoefde hij niet per see boven in een toren te staan.
.
Edward Reekers, van de hemel in de hel


Het zien van je eigen voorstelling is sowieso een bijzondere ervaring: ook bij Youp van 't Hek ken ik het merkwaardige verschijnsel, dat je als muzikant de show altijd van achteren ziet en pas later een volledig beeld van de voorstelling krijgt. Je mist de gezichtsuitdrukkingen en veel van de gebaren: die zie je, hoewel je de show zo'n beetje uit je hoofd kent, als laatste pas achteraf op tv of DVD. Toen bleek me ook weer, hoe verschrikkelijk goed iedereen ook in zijn of haar rol zat: alle vocalisten, met of zonder theater-opleiding, waren even geloofwaardig. Toen werd me ook duidelijk wat een prestatie door iedereen was neergezet. Hoe we, met alle denkbare tegenslagen, tijden geldgebrek, onervarenheid en allerhande andere beperkingen toch nog zoiets hebben kunnen neerzetten. Nee, het was niet perfect. Nee, het was niet foutloos. En ja, er had op allerlei gebied een hoop beter gekund. Maar het was zoals het was, en we zijn er nog steeds trots op.


Bij die Zuiderpark-show deed trouwens ook Valentijn Achterberg mee als de prins: zijn vader Hendrik II zou als gevolg van het 'Tournament' het loodje gaan leggen, en de overlevering zegt dat er voor dat gevecht uit het publiek geroepen zou zijn: 'The King shall Die!' Dat riep Valentijn dus, onze buurjongen en zoon van Ingrid Willemse, zelf te zien op de hoes van 'Close to the Fire' op het strand met die ring van vuur om haar heen. Na dat nummer zag je Valentijn, met een grote kroon op en felrode gympies
aan, treuren met moeder Monique/Catherina om de dood van die domme pa ('The Golden Cage').


Marc Dollevoet, Valentijn Achterberg


Het Zuiderpark is de enige show die integraal op video staat. Helaas is de kwaliteit twijfelachtig: op zich zijn het nog wel aardige beelden met een goede camera opgenomen, maar het was slechts 1 camera die op ca. 20 meter van het podium stond. De show begon om half negen, toen het nog licht was. Dat komt de sfeer van de beelden bepaald niet ten goede. Halverwege acte 1 is er bovendien nog een pijnlijk moment, dat achteraf weliswaar hilarisch maar toch ook eeuwig zonde is: in het gangpad tussen publiek en podium komt op zeker ogenblik een nogal sjofele man met een (gelukkig aangelijnde) hond aangekuierd, om vervolgens in het volle zicht van
iedereen rustig langs het podium te wandelen. Het feit dat er op twee meter van hem vandaan de ene na de andere danser vol overgave aan de Pest tracht te bezwijken, lijkt weinig indruk op hem te maken. Het valt al niet mee om bij daglicht, buiten, iets van een theatrale ambiance te krijgen, maar zoiets bederft het toch al zo op de proef gestelde inlevingsvermogen natuurlijk wel helemaal. Ook dit heb ik tijdens het spelen niet gemerkt: ik hoorde er pas over in de pauze.

 

We hebben tijdens een concert in Franeker, nog de tweede helft kunnen opnemen (Irene op de voorste rij met camera, met dank aan de wat geirriteerde bezoekers om haar heen): deze beelden- en meer van die avond- zijn op de single CD van 'Undecided' toegevoegd. Helaas zat een vervolg er voor Nostradamus niet in: we moesten dus proberen nog enkele shows te plannen om een dvd te kunnen maken. Ook dat zat niet mee: er was na veel organisatorische en financiele verwikkelingen uiteindelijk een weekend in maart 2006
gepland, maar toen bleek in december ineens dat Bert Heerink de band had verlaten. Jammer- ik ben van mening dat, hoewel Bert nooit een groot acteur zal worden, hij zichzelf overtroffen heeft met zijn performance in Nostradamus. Hij was voor mij beter, betrouwbaarder en geloofwaardiger dan in Merlin, en onderschat niet wat wij muzikaal en theatraal van hem vroegen (alsmede het onthouden van die hele lappen tekst). De sfeer was vervolgens niet zodanig dat we hem nog wilden vragen nog even mee te doen: met een nieuwe, niet onwaarschijnlijke ruzie en breuk waren we nog verder van huis geweest. En een vervanger inwerken was ook ondoenlijk- kortom,
we hebben dus geen echte officiele DVD kunnen maken.

 

(VII) Het totaal-theater


En, heeft het ons inderdaad verder gebracht? Tja. Mwah. Geen reprise (want niet genoeg theaters die de prijs wilden betalen die we nodig hadden om deze productie zonder verlies af te sluiten) en geen DVD. Ik heb dan ook zelf nog steeds het gevoel, dat het nog niet klaar is. Er had meer ingezeten, als...ja, als wat. Als we Joop vd Ende hadden geheten? De juiste marketing erop hadden losgelaten? Misschien wel. Maar misschien hadden we dan wel aan integriteit ingeboet. We hebben met deze rock opera niet de weg naar het grote publiek gevonden, die er naar mijn idee wel dicht in de buurt lag.

 

Een van de punten waarop het misging, is de vraag, wat het nu eigenlijk was, dat hele Nostradamus-spektakel. Kayak, ja, dat was het- maar niet het Kayak van de jaren zeventig, wat veel theaterdirecteuren bleken te verwachten ondanks de info die ze van te voren hadden gekregen. Een 'echte' musical was het natuurlijk ook niet: veel te hard, te elitair/intellectueel qua onderwerp en bovendien in
het Engels. Rock ("symfonische") dan? De band was weliswaar de onmisbare motor (want tekst en muziek) maar visueel alleen maar een onderdeel van het totaaltheater. Het gebodene balanceerde af en toe op de rand van musical, maar dan wel aan de "goede" kant- voor mij althans. Veel rockliefhebbers hebben dan inmiddels een teiltje nodig- zij vinden eigenlijk alles waarbij men op het podium doet alsof men ergens anders is, maar niks. Van musical-sterren verwacht je dat wel, maar niet van een popgroep: die moeten vooral zichzelf blijven. Ooit wel eens een musical-ster uit zijn rol zien vallen of enthousiast het ritme zien meetikken omdat hij gegrepen was door de muziek? Nee dus, en dat verklaart een van die ongeschreven musical- of operawetten die een scheiding voorschrijft tussen de artiest en zijn persoonlijkheid - een scheiding die in de popmuziek ondenkbaar is: hij IS degene die je ziet. Dans? Ja, zat er ook bij. Kortom: waar wij dachten door een brede benadering juist zowel musical- als rockpubliek te kunnen pakken, bleef een groot deel van de theaters zich afvragen hoe het eigenlijk bedoeld was. Maar het (toch nog in behoorlijke getale opgekomen) publiek waardeerde het over het algemeen zeer, had ik de indruk. Velen kwamen vaker dan eens terug en groeiden 'mee'.


Joost Vergoossen, Jan van Olffen, Ton Scherpenzeel


Verder heeft de Nederlandse radio en tv ons niet teleurgesteld; het project is goed geheim gehouden en dus nagenoeg onbekend gebleven bij het grote publiek- en daar waar de prijzen te halen vielen had ook iedereen dat jaar toevallig net even de andere kant op gekeken. Een prijs van het een of ander, ach het is allemaal niet nodig en persoonlijk zit ik niet te wachten op een Edison (we zijn de onze uit 1979 voor 'Phantom of the Night' zelfs gewoon kwijt) of een of andere Harp, maar het had bij gebrek aan commercieel succes dan toch nog een aardig goedmakertje kunnen zijn en alsnog wat publiciteit kunnen genereren. Er zijn slechtere producties beloond, zeg maar.


Natuurlijk mankeerde er wel wat aan: de pretenties waren groter dan het budget en de beschikbare tijd, de regie was noodgedwongen en achteraf gelukkig in feite in handen van onszelf (lees Irene en Marjolein), en decor en kleding waren bijelkaar gesprokkeld. Dank, Jeugdtheater Hofplein. Eenieders inspanning heeft helaas niet tot datgene geleid waarvan we allemaal overtuigd waren dat het kon: Kayak's naam vestigen als totaal-rocktheater, zonder het uitgangspunt (de muziek) uit het oog (of oor eigenlijk) te verliezen. Hadden we het gedaan, als we hadden voorzien (eh...Nostradamus?) dat het zo zou aflopen? Jazeker, daar ben ik van overtuigd. Alleen hadden
we het dan wellicht helemaal niet aan Kayak opgehangen, want soms heb ik wel eens het idee dat die naam vaker een nadeel dan een voordeel is. Want al gaan we country spelen, we blijven voor velen die symfo-rockband uit de jaren zeventig, die nog wat schijnt te willen. En hoewel ik zelf denk, dat we wat betreft het integreren van een rockband zoals wij in een theatraal gebracht verhaal een eind op de goede weg zaten, blijkt die muur moeilijk- zo niet onmogelijk te slechten.


Ligt het dan altijd aan "de anderen"? De promotie, het budget, de marketing? Nee, niet altijd, maar als die zaken kloppen, helpt het wel. Een reden die ik zelf zou kunnen bedenken, waarom Nostradamus niet dat grote succes was waarop we hadden gehoopt: wellicht was het te elitair. De emotie kwam na de ratio, oftewel: er moest eerst nagedacht worden alvorens het hele stuk op waarde geschat kon worden. Het onderuit halen van onze held, en daarmee het publiek de gelegenheid onthouden om mee te gaan in diens emotie, heeft er misschien ook niet toe bijgedragen. Uit de reacties begrijp ik dat Merlin, hoewel abstracter, meer emoties losmaakte dan Nostradamus.


Dat klopt ook wel: de tragiek (vooral gelegen in de driehoeksverhouding Arthur-Lancelot-Guinevere en de fatale strijd tussen Arthur en diens zoon Mordred) lag er bij Merlin duimendik bovenop, en niets werd gerelativeerd- iets wat voor mij Nostradamus nu juist zo apart maakt: daarin wordt zo'n beetje alles gerelativeerd. Nostradamus zelf, maar ook Yves de Lessines met zijn betweterige achterafgepraat ontspringt de dans niet helemaal en Catherina de 'Medici zeker niet. De muziek is voor mijn gevoel emotioneel en aansprekend genoeg, alles wat er extra in gelegd wordt is alleen maar meegenomen. Je kunt het op een niveau mooi vinden, en op een ander niveau
relativeren- en dat vind ik nu juist zo leuk, maar ik steek denk ik anders in elkaar dan het gemiddelde publiek- dat het uberhaupt worst zal zijn wie dat verdomde boek nu eigenlijk geschreven heeft. Overigens, loopt dat zoeken naar de balans tussen hart en verstand, emotie en ratio, al vanaf dag 1 door ons hele repertoire. Je kunt op nummers absoluut (fysiek) uit je dak gaan, maar meteen wordt er, vaak middels de tekst of onverwachte muzikale wendingen, een beroep op je verstand gedaan.

 

Met Kayak zijn we eigenlijk voortdurend op zoek naar de ideale combinatie, de goede balans tussen die twee. Ook dat is weer terug te vinden op 'Coming Up For Air', dat ik, in tegenstelling tot veel recensenten, muzikaal gezien helemaal niet zo anders vind dan die zogenaamde 'langdradige' en 'pretentieuze' rock opera's. Maar dat terzijde- ik ben helaas van mening dat het niveau van de gemiddelde poprecensent (of de redactionele ruimte die hem gegeven is) het over het algemeen nu eenmaal niet toelaat een goed doorwrochte kritiek over producties zoals deze te schrijven- en over kritiek heb ik het nog wel een andere keer (een toch interessant voorbeeld is te vinden op
http://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/2260-nostradamus-de-man-achter-de-voorspellingen.html).


Uit het voorgaande zou kunnen blijken, dat we aan het hele Nostradamus-project een enorm nare nasmaak hebben over gehouden. Niets is minder waar: het was absoluut en veruit de leukste tour die ik persoonlijk ooit heb mogen meemaken: waarschijnlijk juist omdat we er met zijn allen voor hebben moeten knokken, was er een geweldige saamhorigheid binnen de groep. Iedere show was er weer een om naar uit te kijken, ondanks alle gedoe eromheen. Het is al helemaal opvallend, omdat we nooit eerder met zoveel man op pad zijn gegaan. Dat levert meestal meer moeilijkheden dan plezier op, maar in dit geval dus niet. Ik kan me zwaardere tours met 5 man herinneren dan deze met meer dan drie keer zoveel 'medewerkers'. Iedereen was uiterst gedreven en gemotiveerd en had er alles voor over om er een mooi spektakel
van te maken.


Maar goed: een rock-opera op het formaat van Nostradamus zit er, denk ik, voorlopig dus niet meer in- althans, niet alleen onder de noemer Kayak. Ook een reprise is, door de enorme voorbereiding die het zou gaan vragen en dus kosten en tijd, niet haalbaar gebleken. Los daarvan is een deel van de geleende kostuums ook nog eens zoek geraakt bij de afwikkeling van de productie- dat kon er ook nog wel bij. Wilde iemand ons misschien duidelijk maken dat we maar beter niet weer met deze productie op stap moesten gaan? (Nog een 'vreemd' toeval schiet me hier te binnen: tijdens het schrijven raakte de letter 'N' los van mijn laptop-toetsenbord. Was "N" het er soms niet helemaal mee eens?) Jammer, want nogmaals, daar lag toch een weg waar we ons hadden kunnen ontwikkelen, meer dan de 'gewone' band die we
noodgedwongen zijn gebleven, hoe leuk dat op zich ook is. Hoe we dan wel verder gaan, zal de toekomst uitwijzen. We gaan even geen koers uitstippelen en zien we wel wat op ons pad (in ons vaarwater zou je kunnen zeggen) komt. Ach, en wie weet wat er nog allemaal gebeurt. Misschien moeten we die Centurien er toch eens op napluizen.

 

(VIII) De liedjes.


Voor wie het nog interesseert, zal ik hieronder een nummer-per-nummer beschrijving geven van de rock opera, en nog wat bijzonderheden verschaffen. Wellicht komen er zo zaken aan de oppervlakte waar niemand eerder bij stil had gestaan.


Edward Reekers


The Secret Study 1.
De twee coupletten van deze Proloog van Yves de Lessines zijn Engelse vertalingen van de eerste twee kwatrijnen van het boek de Centurien, waar het allemaal om draait. Over het algemeen is men van mening dat de schrijver hier zijn visitekaartje afgeeft: dit ben ik, dit doe ik, en hier bevind ik me. Alleen leest de een er de handtekening van Nostradamus in, en Cambier meent dat het de Lessines is- om geheel andere redenen natuurlijk. Om hier de gehele uitleg van deze kwatrijnen te geven en de mogelijke betekenissen, gaat wat ver. Beide schrijvers (Nostradamus en De Lessines) echter beroepen zich in het eerste kwatrijn op een soort goddelijke inspiratie, die leidt tot het geschrevene. Nostradamus krijgt die inspiratie door als nachtelijke visioenen, De Lessines echter schrijft de kwatrijnen zelf, maar doet dat in
dienst van Jezus Christus, dan wel van de Orde van Tempeliers als zijn vertegenwoordigende monnikenleger op aarde. Nogmaals: het is maar welke versie je gelooft.

 

Persoonlijk heb ik er moeite mee om aan te nemen dat Nostradamus nachts zijn visioenen kreeg en vervolgens overdag helder genoeg was om die in een dergelijk strak metrum, rijmend en wel op papier te zetten. En dat wel 1000 maal! Hoe dan ook, de oorspronkelijke kwatrijnen zijn zo letterlijk mogelijk vertaald, om de dubbele betekenissen die er in verborgen zitten te kunnen behouden. De jambe 4-6 (zie ook The Centuries) is hierbij bijna maar niet geheel overeind gebleven, helaas. De muziek is uiteraard ge-ent op de monnik de Lessines, die in het eerste kwart van de 14e eeuw onder begeleiding van een trap-orgeltje zijn eerste kwatrijnen aan het papier toevertrouwt. Hoewel het nummer qua harmonieen weinig te maken heeft met de kerkmuziek van die tijd, druipt de religieuze sfeer er vanaf. De Lessines zit alleen in zijn studeerkamer in het klooster, en zingt wat hij opschrijft. Het orgeltje wat we horen is het traporgeltje van Izak Boom, een van mijn muzikale collega's in de begeleidingsgroep van Youp van 't Hek.


A Strange And Cryptic Tale.
De officiele Ouverture: de proloog speelt zich af in een andere tijd: 200 jaar eerder, vandaar dat we dit stuk daarna hebben geplaatst. Hier zit het Nostradamus-thema, de stijgende mineur drieklank, overduidelijk in verwerkt. Het koor introduceert de toehoorder/toeschouwer tot het verhaal en het mysterie, en neemt bewust geen stellinghooguit in zoverre dat het mysterie wel altijd onopgelost zal blijven. Een esoterisch welkom bij de show.


Friend of the Stars 1
Introductienummer voor alle solisten: Anne Ponsard/Jules Cezar Scaliger, Nostradamus, Catherina de 'Medici, Yves de Lessines, en de Opponent. 'Sterrenvriend' was de bijnaam van Nostradamus in zijn jeugd, toen zijn omgeving doorkreeg dat hij een meer dan gewone belangstelling had voor astrologie. Het koor vraagt zich af wat de motivatie is van Nostradamus, vooruitlopend op zijn toekomst als ziener. De 'blessing in disguise' moet men hier dubbel opvatten: als een steek onder water, slaande op de Centurien, die niet zijn wat ze lijken en waarmee Nostradamus roem vergaarde, maar ook op Nostradamus' mogelijke gave om de toekomst te zien.


Alle solisten vragen hem wat hij nu toch meer ziet dan zijzelf. Omdat de tekst van de diverse solisten min of meer gelijkluidend is qua strekking, is vooral de intentie waarmee die gezongen wordt, van belang zodat deze de juiste lading krijgt. Anne Ponsard en Scaliger (vooralsnog) bewonderend, Catherina de 'Medici geinteresseerd vanuit haar eigen belang, en de Opponent (de verzamelde tegenkrachten zoals de criticus, inquisitie en professoren) cynisch. Een eerste hint van een mogelijk bedrog wordt hier al gegeven door De Lessines, die hem waarschuwt dat het publiek uiteindelijk de waarheid zal kennen. En als hij werkelijk in de toekomst zou kunnen kijken, zou hij dat al moeten beseffen. Nostradamus verdedigt zich door zich achter God te verschuilen, die altijd nog de dienst uitmaakt. Hij is slechts doorgeefluik. Waar hebben we dat toch vaker gehoord?


Celestial Science
Met dit nummer begint het levensverhaal van Nostradamus pas echt. Afkomstig uit een (tot bekering gedwongen) joodse familie wordt hij voor een groot deel grootgebracht door zijn grootvader, die hem de beginselen van Hebreeuws, astrologie en andere wetenschappen bijbrengt. De familie waardeert zijn intense belangstelling voor astrologie (dat in die tijd bijna hetzelfde was als astronomie) echter maar matig, en hij wordt naar Avignon gestuurd om een echt 'vak' te leren.


The Student
Een kleine sprong in de tijd, naar de periode waarin Nostradamus zich laat inschrijven aan de Universiteit van Montpellier om voor arts te gaan studeren (een nogal betwist feit, overigens). Zijn nogal eigenwijze houding en vooruitstrevende ideeen worden door de leiding niet op prijs gesteld, en ze laten dan ook duidelijk merken wie er de baas is. Het geheel heeft een zeer ironische, musical-achtige toon, en de lichtheid van het nummer staat bewust in schril contrast met wat hierna komt.


Dance of Death 1
Een uitbraak van de gevreesde pest zorgt ervoor dat de Universiteit de poorten moet sluiten, waardoor Nostradamus' studie onderbroken wordt. Hij brengt zijn studie in praktijk door als aankomend arts te helpen bij het bestrijden van de zwarte dood.


Cindy Oudshoorn, Bert Heerink, Kathelijne vd Zwaan, Marloes van Woggelum,
Syb vd Ploeg en Marc Dollevoet


Fresh Air, Running Water, Rose Pills
De titel slaat op het beroemde recept waarmee hij de ziekte bestrijdt, of beter: tracht te voorkomen: frisse lucht, stromend water en gemalen rozenpillen. De eerste twee ingredienten zijn voor ons heden ten dage niet meer of minder dan gewoon een zaak van je gezonde verstand gebruiken, maar in Nostradamus' tijd was men op hygienisch gebied wat minder ver. De (vermoedelijke) oorzaak van de pest, een virus dat door ratten werd verspreid, was dan ook nog onbekend. Nostradamus begint door zijn vaak succesvolle methode en tomeloze inzet een naam op te bouwen en legt hiermee de basis van een bloeiende artsenpraktijk. Het nummer geeft daarmee meteen de dubbelheid van 's mans karakter weer: hij zet zich in voor de zieken en vertelt geschokt over wat hij tegenkomt in de getroffen steden, maar ambieert tevens
een maatschappelijke carriere. Hij aarzelt dan ook niet om allerlei middeltjes- die meer met kwakzalverij te maken hebben dan met geneeskunst- voor een stevige duit aan de rijkeren te verkopen. Daarmee hebben we de tijd wel wat gecomprimeerd: die winstgevende praktijken beoefende hij in werkelijkheid pas later in zijn carriere.

 

De muziek van het refrein lag al enkele jaren op mijn plank. Pim heeft daar uiteindelijk de muziek voor de coupletten bij geschreven. We schrijven zelden de muziek van een nummer samen, maar in dit geval dus wel.


The Monk's Comment 1
De Lessines blikt nu voor de eerste keer als 'verteller/commentator' vanuit de hemel op het aardse gebeuren en laat weten dat Nostradamus inderdaad een- voor zijn tijd, zegt hij er als inmiddels 20e eeuwer fijntjes bij- goede arts was, maar dat het toch wel zo prettig was geweest als hij zijn beperkingen had gekend (oftewel zich niet als toekomstvoorspeller en schrijver van de Centurien had opgeworpen). De monnik legt meteen Nostradamus' opportunistische karakter bloot door te melden, dat deze ter bevordering van zijn aanzien en carriere vriendschap zocht in de betere kringen. Wat mij betreft is dat een kwestie van verstandige planning, en niets kwalijks. De Italiaan
J.C. Scaliger was toen al een befaamd wetenschapper, en het kon geen kwaad daarmee bevriend te zijn. Dat Edward de rol van Yves de Lessines op zich wilde nemen was natuurlijk een geschenk uit de hemel. Zijn grote ervaring als stemregisseur (de nasynchronisatie van Nederlandse stemmen bij buitenlandse films) en zijn eigen vakmanschap als spreker/zanger maakten hem de perfecte Yves de Lessines, die tenslotte meer spreekt dan zingt in onze rock opera. Edward legde precies genoeg gekwetste ironie in zijn commentaar, waardoor de zware en lichte kant van het totaal mooi in evenwicht bleven. Overigens kunnen we ons in Kayak gelukkig prijzen met nog iemand die op dat gebied zijn mannetje staat: ook Pim Koopman weet hoe je je stem moet gebruiken. In 'Merlin' was hij de 'onzichtbare' verteller met de sonore stem
van de verbindende teksten.


Seekers of Truth 1
Nostradamus en J.C. Scaliger bezingen hun vriendschap en zielsverwantschap binnen de alchemie, astrologie en esoterie. Als goed voorspeller geeft Nostradamus in het laatste couplet alvast aan dat de vriendschap ooit ten einde zal komen, wat inderdaad gebeurt: na enkele jaren (bij ons in de tweede acte) keert Scaliger zich tegen zijn voormalige collega, en noemt hem dan een bedrieger. De reden van die omslag is niet geheel duidelijk- jaloezie over de rijzende ster van Nostradamus zou wil eens een belangrijke drijfveer geweest kunnen zijn. Maar we weten het niet. Nostradamus zelf heeft zijn hele leven in ieder geval nooit een kwaad woord over Scaliger losgelaten.


Dance of Death 2
Wederom slaat de pest toe, maar nu treft deze Nostradamus zelf: terwijl hij 'in het veld' bezig was met het bestrijden van de zwarte dood, wordt zijn vrouw (en kind(?)) besmet en komt hij nog maar net op tijd terug om haar te zien sterven. Het stuk gaf Marjolein (en Kathelijne als haar vervangster) een mooie gelegenheid tot een danssolo, een soort stervende zwaan.


Save My Wife
Hier komt Nostradamus' dubbelheid weer naar boven. Terwijl hij rouwt om het verlies van zijn vrouw, vraag je je af of hij zich niet eigenlijk niet drukker maakt om zijn verlies van aanzien en de bedreiging van zijn maatschappelijke carriere. Dat geeft het verder natuurlijk nogal dramatische, emotionele nummer meteen een vreemd rationeel randje- hoe erg ook, nergens kunnen we echt helemaal met hem meevoelen. Aan de andere kant: de tijden waren (ook in sociaal opzicht) harder dan nu: er waren geen uitkeringen, en om behalve je vrouw ook nog eens je carriere te verliezen, was geen sinecure. Muzikaal gezien heb ik het sterven van zijn vrouw en Nostradamus' eigen achterblijven gesymboliseerd door een tegenmelodie in de akkoordlijnen. Beide beginnen op dezelfde noot, maar waar de zangmelodie dan omhoog gaat, wordt die gespiegeld door een dalende, instrumentale tegenmelodie. Dit principe komt later ook terug in
'The Fate of Man', na de dood van Nostradamus zelf.


Marjolein Teepen, Bert Heerink


The Monk's Comment 2
De Lessines strooit hier wat zout in de wonde door te suggereren dat het verdriet van Nostradamus inderdaad vooral zichzelf betreft: nergens zijn we in de geschiedenis namelijk de naam van zijn eerste vrouw tegengekomen- hij heeft in al zijn schrijfwerk haar niet een keer genoemd. Dat klopt als een bus, en geeft te denken. Meteen maakt hij een ironische draai naar het Franse hof, naar iemand die ook zo 'haar eigen problemen heeft'...
.
Marloes van Woggelum, Monique vd Ster, Cindy Oudshoorn


Pagan's Paradise
Monique vd Ster geeft in PP prachtig gestalte aan die gefrustreerde, bijgelovige en volop manipulerende Franse koningin Catherina de' Medici. Het heeft bijna iets van een big band-nachtclub-striptease feel, en en passant voeren we daarmee alvast de Flying Squadron op. Niet dat die direct met de occulte praktijken van het Franse hof te maken hadden, maar dat maakt voor het totaalbeeld niet uit, de herkenning wordt er alleen maar groter op. We hebben Catherina bewust niet al te serieus gemaakt: pas op het moment dat ze haar man verliest, ('The Golden Cage') zien we haar andere kant- hier breekt de bitterheid en vastberadenheid door om de troon te verdedigen ten koste van alles. Voor de dood van Hendrik II speelde ze ook daadwerkelijk een minder expliciete politieke rol dan daarna, toen ze als regentes optrad voor haar zwakke of nog minderjarige kinderen.


De viool wordt gespeeld door Rens vd Zalm, een andere collega-muzikant van me in de begeleidingsgroep van Youp. Hij is fiddle-specialist en speelt meestal folkmuziek in de breedste zin des woords. Omdat de opnames van Nostradamus plaatsvonden terwijl ik als pianist vijf dagen in de week op pad was met de 'Prachtige Paprika'svoorstelling van Youp, hebben we Rens' partij opgenomen in een kleedkamer van Carre in Amsterdam, een uurtje voordat we met Youp opgingen. Laptopje aansluiten, microfoon ervoor en spelen maar. Dat geldt ook voor de variant van dit nummer, 'Dance of Mirrors'.


Overigens heb ik alle pianopartijen ingespeeld op een vleugel in het theater waar ik op dat moment speelde met Youp: alles stond toch klaar, gestemd en aangesloten, en terwijl de anderen gezellig uit eten gingen, bleef ik alleen achter op het podium van Carre (of andere zalen van die tour rond die tijd, zoals Nieuwe Luxor, Rotterdam) met mijn laptop. Het scheelde niet alleen dure studiotijd, het was de enige manier om het voor elkaar te krijgen binnen het enorme stress-schema waar we mee te maken hadden. Ook bij Merlin heb ik de pianopartijen zo gedaan, trouwens.


Rob Vunderink- The Inquisition


The Inquisition
Hier leidt Rob als 'symbolische opponent' de inquisitie, de beruchte kerkpolitie die Nostradamus op de hielen zat vanwege vermeende godslasterlijke uitlatingen. Het enige wat Nostradamus gezegd zou hebben (naar hij beweert) was de kwaliteit van een beeld van Maria bekritiseren, niet het beeld zelf. Omdat in die tijd ook het niet-aangeven van verdachte zaken strafbaar was (zodat iedereen elkaar wantrouwde, zoals passend bij een politiestaat), was het voor de inquisitie niet moeilijk om verdenkingen te koesteren. De zaken werden zelfs zo gedraaid dat de beklaagde nog blij mocht zijn dat hij op de brandstapel raakte: zo werd tenminste zijn ziel gereinigd. Bekennen hielp
verder niet, maar hij kon in ieder geval met een gerust hart voor God verschijnen. Die schijnheiligheid (of men dacht werkelijk zo) van de kerk wordt ook weergegeven in het middendeel waar het koor Kyrie Eleison (Heer, heb genade) zingt.


The Wandering Years
In dit veelstemmige nummer wordt beschreven hoe Nostradamus tijdens zijn 'zwervende' bestaan (hij was feitelijk een mobiele apotheker) wat afreisde: hij kwam daarbij uiteindelijk in het klooster terecht, waar hij het manuscript vond in de bibilotheek. Hij wist niet precies wat het was en waar het over ging, maar wel waar hij het voor zou kunnen gebruiken: aangezien de tekst in de toekomende tijd geschreven was, lag het voor de hand dat het voorspellingen waren. Hij nam (aldus De Lessines nog steeds) het boek mee, en gebruikte de raadselachtige kwatrijnen voor zijn eigen doeleinden. Dit alles wordt in dit nummer niet met zoveel woorden gezegd in de tekst, maar wel in
een aantal verhulde en dubbelzinnige termen gesuggereerd.


Bert Heerink. Kathelijne vd Zwaan, Marloes v. Woggelum


The Monk's Comment 3
If History Was Mine

Catherina de Medici, Nostradamus en Yves de Lessines vragen zich af hoe de geschiedenis was gelopen als ze die zelf hadden kunnen bepalen of vooraf hadden kunnen weten. Catherina doet dat uiteraard vanuit het oogpunt van macht en manipulatie, Yves de Lessines vanuit het schrijven van de Centurien (of de codering en de volgorde ervan iets had uitgemaakt in de interpretatie en dus gevolgen ervan), en Nostradamus vanuit zijn voorspellende gaven. Hij is ook, zij het bedrieglijk ingetogen, meteen het meest onbescheiden van de drie: hij zegt niet alleen dat hij weet hoe de geschiedenis zich zal voltrekken, maar voelt zich zelfs min of meer verantwoordelijk voor het uitkomen van zijn voorspellingen nadat hij ze gedaan heeft. Maar, laat hij nog dramatisch doorschemeren, beseffen jullie wel wat een zware last daarmee op mijn schouders rust.


Het lastige met dit nummer is op muzikaal gebied dat het voortdurend moduleert: niet alleen de akkoord- en maatwisselingen schieten als lantaarnpalen voorbij, maar iedere vocalist zingt zijn of haar couplet ook nog in zijn eigen toonsoort, tot aan de gitaarsolo toe die aan het slot zelf ook weer een eigen toonsoort heeft. Dat betekent dus live je hersens erbij houden, een moment van verslapte aandacht (heb ik de auto op slot gedaan? morgen niet vergeten kattenvoer te kopen!) en je bent de weg een tijdlang helemaal kwijt.


Friend of the Stars 2
Dit mag duidelijk zijn, een korte reprise ter afsluiting van acte 1. Ook weer een andere toonsoort dan het origineel trouwens, omdat dit voortkomt uit 'If History Was Mine'.


Cindy Oudshoorn, Rob Vunderink. Monique vd Ster


Man With Remarkable Talents
Door de meeste mensen gezien als een buitenbeentje, en muzikaal gezien is het dat ook wel. Het basisritme (de zogenaamde percussie-loop, hetgeen betekent dat er een bepaalde ritmische, reeds geprogrammeerde sequence wordt gebruikt als basis voor het gehele nummer) is afkomstig uit een van mijn keyboards. Pim vult dat aan met een partij waarbij hij voornamelijk alleen zijn toms bespeelt.
De voorstandsters (bij gebrek aan personeel opgevoerd in de bevallige gedaantes van Catherina de 'Medici en Anne de Ponsarde) vertellen twee anekdotes die de ronde deden over Nostradamus' voorspellende gaven: in het eerste couplet weet hij vooraf te vertellen welk varken de herbergier aan het spit zal rijgen, in het tweede buigt hij diep voor een eenvoudige monnik, die later paus zou blijken te worden worden. De critici, uiteraard gepersonificeerd door Rob Vunderink, bespotten de ziener door te melden dat zijn voorspellingen weinig meer inhouden dan te vertellen dat het nat zal worden als het regent.


Settle Down
Nostradamus trouwt voor de tweede keer. Hij vestigt zich weliswaar na zijn vele omzwervingen op een vaste plek, maar zijn praktijk voert hem nog vaak ver van huis. Ook dit nummer is weer een muzikaal mijnenveld (zoals gitarist Rob Winter ons repertoire wel eens treffend omschreef), omdat zowel de coupletten als de refreinen in verschillende toonsoorten staan, om een duet tussen Bert en Cindy mogelijk te maken. Daarbij wijkt Cindy in hun gezamenlijke couplet af van de eigenlijke melodie, maar zingt ze in feite een soort solo-tweede stem (als antwoord).


The Monk's Comment 4
Voordat het allemaal weer te sentimenteel wordt komt de monnik tussenbeide die ons terugbrengt naar het Franse hof, waar we een geheel andere kijk op romantiek krijgen aangeboden.


The Flying Squadron
Live was dit altijd een van de leukste nummers om te doen, terwijl ik zelfs later pas echt zag wat er allemaal achter mijn rug gebeurde. De oplettende luisteraar hoort in het middenstukje een krakend 'bed' ter illustratie van de gesuggereerde vrijpartijen. Dit was een in werkelijkheid al wat kapotte kruk in mijn studio, die deze opnamesessie dan ook niet heeft overleefd.
.
Syb vd Ploeg, Marloes van Woggelum Cindy Oudshoorn


Dance of Mirrors
Ook hier heb ik al het e.e.a. van verteld, qua muzikale thematiek dan. Bovendien kan men in het b-gedeelte van dit nummer het 'Friend of the Stars'-motiefje terughoren. Het spel met de spiegels was een sceance, destijds in elkaar gezet en uitgevoerd aan het hof door de belangrijkste magier aan het hof van Catherina de 'Medici (en dat was overigens Cosmo Ruggieri en dus niet Nostradamus- onze held werd naar verluidt slechts eenmalig geraadpleegd) om zo te bepalen hoe het met de erfopvolging zat, welke zonen zouden overleven en wie niet. We zouden Cosmo tegenwoordig vermoedelijk een illusionist noemen, zeg maar de Hans Klok van de 16e eeuw. 


A Cruel Death/The Monk's Comment 5
Hier zingt/schrijft De Lessines het gewraakte kwatrijn waarin (achteraf) de dood van Henry II werd voorspeld- althans, zo meende men en Nostradamus sprak dat uiteraard niet tegen. De oplettende luisteraartjes zullen in het spinet de Nostradamus-thematiek herkennen.


A Royal Invitation
Nostradamus krijgt een uitnodiging (lees 'oproep') van het Franse hof om zijn voorspellende gaven aan te wenden ten bate van Catherina de 'Medici. Hij twijfelt, omdat hij inmiddels toch op leeftijd raakt en het in die tijd een hele onderneming was om van zuid-Frankrijk naar Parijs te reizen. Als excuus voert hij aan dat hij had 'voorzien' dat hem eind augustus onheil zou overkomen, maar uiteindelijk gaat hij toch in het kader van een noodzakelijke carriere-move, waarbij het niet ingaan op de uitnodiging slecht zou vallen, daar in Parijs. Op de CD zingt Bert Heerink dit alleen, maar voor de inter-actie op het podium tussen de diverse spelers waren eigenlijk meer duetten nodig, zo merkten we na enige shows. Dit nummer leende zich er, met enkele kleine tekst-omzettingen, prima voor, dus nam Cindy een deel van de vocalen over.


Marloes van Woggelum, Bert Heerink, Marjolein Teepen


Tell Me All
Samen met de courtisanes ondervraagt Catherina Nostradamus op indringende wijze, en hij zegt eigenlijk meer dan hij had kunnen weten. Nostradamus' verblijf aan het hof was overigens weinig succesvol, alleen zou hij dat zelf nooit toegeven. Hij klaagt alleen achteraf dat de betaling voor zijn werk wel erg laag en bovendien veel te laat was: nauwelijks kostendekkend, noemde hij het.


The Tournament
Tijdens een feestelijk tournooi wordt Henry II dodelijk geraakt, precies zoals achteraf het kwatrijn van 'le cage d'or' werd geinterpreteerd. We hebben heel lang en hard gewerkt om van dit nummer iets te maken, dat ons budget toeliet. Vlak voor de premiere was er nog een gevechtsscene gepland: compleet met helmen en zwaarden. Dat bleek zo absoluut lachwekkend (ik heb zelden dat ik niet meer kan spelen van het lachen, maar toen ging ik echt voor de bijl. Ik zag vanuit mijn positie namelijk hoe met een soort machteloze moed der wanhoop het 'schimmenspel' achter het wapperende vaandel werd uitgevoerd) dat we dat maar achterwege hebben gelaten. De wapperende vlaggen die daarop werden bedacht, waren op zich effectief, alleen hadden het er wel wat meer mogen zijn om echt indruk te maken. En jawel: eindelijk weer eens een heuse drumsolo tijdens een Kayak-concert!


The Golden Cage
Monique weet in dit lied prachtig de omschakeling te maken van getroffen echtgenote tot verbeten en verbitterde regentes. De gouden kooi van het kwatrijn (en uitgelegd als de malienkolder waardoor de speer van Henry's tegenstander zijn oog binnendrong) wordt in dit nummer Catherina's gouden kooi waarin zij, als de machtigste vrouw van Frankrijk, opgesloten zit.


Seekers of Truth
Scaliger keert zich hier tegen zijn voormalige vriend. We hebben het bewust klein gehouden, tussen al het geweld van de omringende nummers in. Het vormt daarmee de inleiding tot


Living In Two Realities
waarin Scaliger zich opwerpt als leider van Nostradamus' tegenstanders. Hoewel de vriendschap tussen de twee zeker over was, en Scaliger zijn voormalige vriend meermalen sterk bekritiseerde, hebben we de verhouding tussen die twee voor de enscenering gepolariseerd, om de innerlijke tweestrijd (het leven in twee werkelijkheden- net zoals de Centurien twee werkelijkheden symboliseren) en de fysieke, publieke tegenstand die Nostradamus toch ook ondanks of juist dank zij zijn ambitie gevoeld moet hebben, theatraal uit te kunnen beelden. De door het koor gescandeerde Latijnse tekst was een indertijd populair spotrijm waarin Nostradamus door allerlei woordspelingen met zijn al gelatiniseerde naam (hij heette eigenlijk Michel de Nostre Dame) belachelijk werd gemaakt. Het Nostradamus-thema (de stijgende
kwart-sext mineur drieklank, zie 'A Strange and Cryptic Tale') zit hier, hoewel in een andere ritmiek en maatsoort, in de zangmelodie verwerkt van de coupletten.


Edward Reekers


Act Of Despair
Hier komt de monnik zo dicht bij zijn uitleg van de gebeurtenissen als mogelijk is, zonder letterlijk te vertellen wat er zich heeft afgespeeld. "The Order" staat hier voor verschillende zaken: ten eerste voor de Orde der Tempeliers, alswel voor de volgorde waarin de kwatrijnen en de tijdstippen van allerlei gebeurtenissen, bewust of onbewust, door elkaar zijn gehaald. De Lessine's wanhoopsdaad was het schrijven van de Centurien, in de hoop dat die de juiste persoon naar de erfenis der Tempeliers zou leiden, om de orde weer nieuw leven in te blazen. Edward's piece de resistance!


The Secret Study 2
De monnik schrijft hier (uiteraard zingend) zijn kwatrijnen, en tegelijkertijd echo't Nostradamus al schrijvend die woorden al mompelend na. Duidelijker konden we niet maken hoe het (volgens Cambier) in elkaar steekt.


The Centuries
Het centrale instrumentale stuk, waar deze hele geschiedenis feitelijk om draait. Visueel begeleid door allerlei beelden van oorlogen, rampen en andere (veelal) ellende, die in de Centurien voorspeld zouden zijn- kortom, haaks op wat er in het vorige nummer is duidelijk gemaakt, maar juist gezien vanuit Nostradamus (of beter: diens interpretatoren). Het eindigt met het boek dat in het vuur verbrandt. Dat is ook precies wat er gebeurd zou zijn, en de reden dat er geen 'origineel' van bestaat: Nostradamus heeft het vermoedelijk in het vuur gegooid, om redenen die alleen hij kende.


Ook dit nummer is een gezamenlijke compositie van Pim en mij. De basis (de maatsoort en het akkoordenschema) kwam bij mij vandaan, Pim schreef daar de melodie op en werkte het qua arrangement uit. Veel mensen horen er een soort bolero in- wellicht door het herhaalde trommel-patroon en de enigszins Spaans aandoende melodie. De onderliggende overeenkomst is dat de Dood een belangrijke rol speelt bij deze traditionele dans maar ook bij de 'voorspellingen'. Essentieel verschil is echter de maatsoort: een bolero kenmerkt zich, zoals veel Spaanse dansen, door een 3-kwarts maat, dit nummer staat om redenen die ik al eerder meldde, in een 5/4-maat.


Marjolein Teepen


(You Won't See Me) Alive At Sunrise
Nostradamus zou het tijdstip van zijn eigen dood hebben voorzien, en 's avonds voor het slapengaan aan zijn vrouw- of wellicht aan zijn secretaris De Chavigny, dat is onduidelijk- hebben gezegd dat ze hem de volgende morgen niet levend meer zouden aantreffen. Een laatste staaltje Nostradamus-arrogantie is het citaat waarin hij vraagt hem toch vooral rechtop te begraven zodat het gewone volk niet over hem heen zou lopen. Wellicht is dat historisch ook anders te interpreteren, en misschien heeft hij het niet eens zo gezegd, maar het past goed in het beeld dat we inmiddels van hem hebben. En er was natuurlijk destijds een grotere scheiding tussen de diverse rangen en standen, waarbij geen plaatsvervangende schaamte werd gevoeld zoals wij die ervaren bij zo'n opmerking. Anne de Ponsarde's tussenteksten zijn de
inscripties die zij zou hebben laten aanbrengen op de grafsteen.


Friend Of The Stars 3
Nostradamus en De Lessines komen elkaar tenslotte tegen in het hiernamaals, waarbij De Lessines hem mild-ironisch een eind-goed-al-goed lesje leert: jij had je roem en fortuin dankzij mijn werk, maar gelukkig heb je de mensen- door de Centurien als voorspellingen uit te geven- misleid en heeft niemand gedacht dat het ook nog wel eens iets anders zou kunnen betekenen- kortom, nog bedankt. Het is een tegelijkertijd beschouwend maar toch lichtvoetig muziekje in deze ontknoping, uiteraard gebaseerd op het eerste gelijknamige introductie-nummer.


Epilogue- The Fate of Man
De tekst van dit lied is gebaseerd op een gedicht uit de 16e eeuw van de hand van Nostradamus' tijdgenoot Pierre de Ronsard, geschreven naar aanleiding van diens dood. Het is tamelijk letterlijk vertaald, weet ik nog, alleen is- de geschiedenis herhaalt zich, maar nu bij mij!- het origineel zoek. Ik ben het ooit (midden jaren tachtig) tegengekomen, ergens in een boek, en heb het toen gebruikt als uitgangspunt voor deze epiloog (die toen nog geen epiloog was), maar het boek is verdwenen, ik weet de titel niet meer, en het gedicht zelf is- tot in de diepste krochten van internet- onvindbaar gebleven, op wat summiere aanwijzingen na, die suggereren dat er inderdaad een dergelijk gedicht bestaan heeft. Als het niet door Ronsard geschreven is, zou ik trouwens niet weten hoe ik aan diens naam ben gekomen: ik had, cultuurbarbaar die ik ben, nooit van die blijkbaar beroemde dichter gehoord, dus neem van mij aan, dat er een kern van waarheid in deze alinea zit.

 

Hoe het ook zij: Anne Ponsarde de Gemelle voert ons hiermee weer terug naar het begin, en de cirkel is gesloten. Kan één enkele man wel weten hoe de toekomst er uit ziet? Hoe dan ook- de mens wikt, uiteindelijk is het toch God die beschikt over het lot der mensheid, is de conclusie. En wie zijn wij om daaraan te twijfelen.


Wat betreft de muziek: het is ongeveer het moeilijkste nummer om te zingen- misschien wel uit ons hele repertoire. Cindy werkt zich schitterend door de voortdurende modulaties en onvoorspelbare melodielijn heen: vrijwel elke maat is een overgang naar een volgende toonsoort die nooit wordt bevestigd. Uiteindelijk wordt besloten met het Nostradamus-thema, dat zich middels die stijgende drieklank ook definitief richting hemel begeeft. Daar aangekomen verwijderen top- en baslijn zich, om tenslotte, eenstemmig, op dezelfde toon (maar dan met 3 oktaven tussenruimte) uit te komen. Oftewel: in de hemel, en tegelijkertijd terug op aarde.


Na alle theatrale 'spektakel' dooft het stuk langzaam als een kaars uit (op het podium ook werkelijk). Altijd een risico- de meeste shows of voorstellingen eindigen met een enorme knal, slotakkoord, grande finale of iets dergelijks: het lokt eenvoudig applaus uit, en het is een truc die vrijwel altijd werkt. We hebben dus bewust gekozen voor een verstild einde, en de publieksreactie bewees dat we daar gelijk in hadden: het applaus was er niet minder om. Ruthless Queen was hier niet op haar plaats geweest, begreep iedereen. (Eén 'meedogenloze koningin' op een avond is wel genoeg, dacht ik zo).


Valt er nog meer over 'Nostradamus- The Fate of Man' te zeggen? Ongetwijfeld. Over de intensieve repetities in Harderwijk, de nimmer aflatende problemen met de ontwerper van de hoes en programmaboekje die uiteindelijk bij de rechter eindigden, de opname-perikelen, de verdwenen kostuums: er is nog een hoop niet verteld. Nog lang niet alles heb ik hier uitgelegd, en dat is ook niet nodig: iemand die zich ervoor interesseert en enigszins op de hoogte is, zal ook zijn eigen dingen er nog uit halen.


Fouten ook, ja. En er zit bovendien qua regie en choreografie nog een heleboel in, waar ik wat minder over te zeggen heb, maar waar ongetwijfeld nog een heel boekwerk over geschreven zou kunnen worden. Over choreografie gesproken, zo'n belangrijk onderdeel van deze voorstelling: het is voor mij al een raadsel hoe iemand uberhaupt kan onthouden welk been hij waar, hoe vaak en wanneer hoe moet zetten. Maar dat zullen dansers weer met mijn vingers hebben.


Ik ga afsluiten: ik heb dit verhaaltje voornamelijk geschreven om niet te vergeten- en niet te laten vergeten hoe het gegaan is en wat (en vooral waarom) we gedaan hebben wat we hebben gedaan. Wat ik bedoel is: een werk zoals dit, dat leunt op historie, mythes, symboliek en religie, wordt gewoon interessanter en leuker als je het op verschillende niveaus kan begrijpen. En hopelijk heb ik met deze uitleg daar iets aan bijgedragen. Ongetwijfeld zullen Irene, Pim en Marjolein weer een heel ander verhaal kunnen vertellen, met andere invalshoeken. Laten we in ieder geval hopen dat het laatste woord hiermee nog niet over Nostradamus is geschreven.


Rest me nog- op het gevaar af iemand te vergeten waarvoor alvast mijn oprechte spijt- iedereen te bedanken die direct bij de productie of creatie betrokken is geweest:


Marjolein, Joost, Rob, Bert, Cindy, Edward, Monique, Jan, Marloes, Frans, Marc, Syb, Kathelijne, Tjeerd, Marc, Marcel, Benny, Godert, Ben, Patrick, Emile, Mart, Rolf,
Rudy, Denise, Jesper, Ype, Froukje, Ruud, Eddy, Rens, Saskia, Valentijn, Izak, Hans, Christine, Ton, Youp, Anne, Rolf, Leo, Marrig, Karin, Rien, alle fans, (hopelijk
vergeet ik nu niemand) en uiteraard Irene en Pim- zonder wie we deze hachelijke onderneming zeker nooit tot een goed einde hadden kunnen en willen brengen.


Ton Scherpenzeel


foto's: Peter de Bock, Erik Schepers, e.a.